Door: Ruby Nefkens voor 'Meubel' op 22 mei 2008

Geldigheid registratie als gemeenschapsmodel

Een belangrijk voordeel van een registratie als gemeenschapsmodel is dat de rechter in kort geding moet uitgaan van de geldigheid ervan. Dit is nu een aantal maal in de rechtspraak vastgesteld en geeft aan de partij die een dergelijke registratie bezit een procedurele voorsprong. Een registratie als gemeenschapsmodel is een modelregistratie met geldigheid in Europa. Deze registratie wordt bij het OHIM in Allicante gedaan. De Duitse fabrikant Dedon, bekend van het maken van meubels van waterdichte kunststofvezels voor in en buiten het huis, heeft een procedure aanhangig gemaakt tegen onder andere het Nederlandse bedrijf Suprento. Dedon verwijt Suprento de zogenaamde Lounge meubellijn van Dedon na te maken, welke Lounge meubelstukken door Dedon zijn geregistreerd als Gemeenschapsmodel. Suprento probeert te beargumenteren dat de vormgeving van de ‘Lounge' meubellijn van Dedon niet nieuw is en Dedon daarom geen modelrecht bezit. Het modelrecht van Dedon is naar de mening van Suprento ‘nietig'. De rechter passeert dit verweer en gaat uit van de geldigheid van de modelregistratie.  De nietigheid van de registratie kan wel worden ingeroepen, maar daarvoor moet Suprento ofwel een nietigheidsactie starten bij het OHIM te Allicante, ofwel een gewone bodemprocedure tegen Dedon starten. De rechter stelt vervolgens de inbreuk door Suprento vast op een aantal modellen van de Lounge collectie. Dedon stelt bovendien dat Suprento een collectie meubels aanbiedt die inbreuk maakt op haar zogenaamde ‘Daydream collectie'. Suprento heeft na ontvangst van de sommatiebrief van Dedon het aanbieden van deze collectie direct gestopt en heeft een verklaring ondertekend waarmee zij erkent de collectie ook in de toekomst niet meer te zullen aanbieden (een ‘onthoudingsverklaring'). De rechter vindt dat het spoedeisend belang dat nodig is om een kort geding te kunnen voeren ontbreekt bij de Daydream collectie. De vordering voor wat betreft inbreuk op haar Daydream collectie wordt dan ook afgewezen. Nu Dedon gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld wordt haar verzoek om Suprento alle door haar gemaakte (advocaat)kosten van de procedure te laten betalen afgewezen. Beide partijen dragen ieder de eigen kosten. Dit zou vermoedelijk anders geweest zijn wanneer Dedon het kort geding  alleen op inbreuk op haar Lounge collectie had gebaseerd. Dat de volledige proceskostenvergoeding wordt afgewezen terwijl er toch inbreuk wordt gepleegd vind ik een ongewenste interpretatie van de nieuwe regelgeving op dit gebied. Naar mijn mening zou de rechter bij het toewijzen van de helft van de vordering dan ook ten minste de helft van de proceskosten dienen toe te wijzen.

Ruby Nefkens, advocaat bij Van der Steenhoven advocaten te Amsterdam

Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Ruby Nefkens en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.