Door: Ruby Nefkens voor 'Meubel' op 21 juli 2008

Verbod zonder wederhoor

Bij dreigende verkoop van namaak kan de rechter een verbod tot het verkopen van namaak uitspreken zonder dat de namakende partij daarbij gehoord wordt. Dit verbod heet het ex parte verbod. Dit is redelijk uniek omdat de rechter in de meeste gevallen pas een uitspraak doet nadat hij beide partijen heeft gehoord. Wat houdt dat ex parte verbod in en wanneer kan daar gebruik van gemaakt worden?

De partij die de originele producten verkoopt vraagt aan de rechter de partij die de namaak verkoopt direct te verbieden daarmee door te gaan, zonder dat de partij die de namaak verkoopt gehoord wordt. Deze kan zich dan ook op dat moment niet verdedigen. Dit is een nog snellere actie dan een kort geding, waarbij de partij die namaak verkoopt wel gehoord wordt en zich tijdens de kort geding zitting kan verdedigen.

Van deze nieuwe zeer snelle verbodsactie kan gebruik worden gemaakt in spoedeisende zaken, wanneer uitstel van het verbod onherstelbare schade aan de rechthebbende zou veroorzaken. Naar mijn mening is bij de verkoop van namaak in de meeste gevallen sprake van een spoedeisend belang bij een verbod en van onherstelbare schade. In de praktijk blijkt ook dat steeds meer gebruik gemaakt wordt van deze verbodsactie. In het schriftelijk verzoek moet aan de rechter wel duidelijk worden gemaakt dat er sprake is van een spoedeisende zaak die niet op een kort geding kan wachten. In een verzoek tot het uitspreken van een verbod dat onlangs, door de houder van een modelrecht op een ophangsysteem voor een pc, was ingediend bij de Amsterdamse rechter, werd dit als volgt verwoord: De praktijk leert dat zelfs een kort geding procedure in het algemeen nog te lang duurt om dit soort als piraterij aan te merken namaak effectief te bestrijden; het risico blijft daarbij bestaan dat de namaak  producten alsnog verder worden verhandeld.

Bij de verkoop via het internet was de hoge omloopsnelheid, de oncontroleerbare kwantiteit van de ingekochte en verkochte producten en de moeilijk te traceren afnemers voor de rechter voldoende om het verbod toe te wijzen. Ook de dreigende export van namaak werd door de rechter in een zaak voldoende gevonden tot het geven van een verbod zonder de namakende partij te horen. Wanneer de namaak duidelijk is, of, zoals een rechter het verwoordde "meer in het oog springend is", zal het verbod eerder worden uitgesproken.

Alleen de vrees tot het verkopen van namaak, is mogelijk niet voldoende voor een dergelijk verbod. In een dergelijk geval heeft de rechter al een keer geoordeeld dat een kort geding kan worden afgewacht.

Betekent dit dat de partij die, zonder gehoord te zijn, een verbod aan zijn broek krijgt daar helemaal niets aan kan doen? Nee, de partij die veroordeeld is om de verkoop van namaak te stoppen kan zelf een kort geding starten, waarbij hij aan de rechter vraagt het verbod weer op te heffen. Daarin kan hij zich alsnog verdedigen, bijvoorbeeld door te beargumenteren dat er helemaal geen sprake is van namaak. De veroordeelde partij kan er dus nog wat aan doen, maar duidelijk is dat deze nieuwe verbodsactie het de namaker wel een stuk lastiger maakt.

Het verbod ex parte is naar mijn mening dan ook een hele zinvolle regeling die kan worden ingezet in de strijd tegen namaak. De rechthebbende kan hiermee nog slagvaardiger optreden.

Ruby Nefkens, Advocate bij Van der Steenhoven Advocaten te Amsterdam

Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Ruby Nefkens en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.