Door: Ruby Nefkens voor 'Meubel' op 28 oktober 2008

Veroordeling in de kosten

Bij zaken die betrekking hebben op intellectuele eigendomsrechten kan van de partij die namaakt, of die inbreuk maakt op deze rechten, een vergoeding worden geëist van de gemaakte kosten. Ik heb daar al eerder over geschreven. Het is een uitzonderlijk recht omdat dit in principe alleen maar geldt bij zaken over bijvoorbeeld auteursrecht, merkenrecht en handelsnaamrecht en niet bij huurrecht, arbeidrecht en andere zaken. De rechtbanken en gerechtshoven hebben inmiddels verschillende - hoge - bedragen toegewezen. In het begin werden de rekeningen die de advocaten indienden door de verliezende partij volledig vergoed.

In de wet staat het als volgt:

"wordt de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet."

Kennelijk zaten de rechters nogal in hun maag met dit artikel. Want wat zijn nu redelijke en evenredige kosten? De oplossing werd gevonden in een afspraak die de rechters onderling maakten. Er werden indicatietarieven opgesteld. Brutaal gezegd zijn dit de bedragen die de advocaat, naar de mening van de rechters, in rekening zouden mogen brengen bij de cliënt. Dit ondanks het feit dat de praktijk uitwees, dat die bedragen in de meeste gevallen hoger uitvallen. Ik wil ze u niet onthouden. De tarieven gelden vanaf 1 augustus 2008, alleen voor de procedure in eerste instantie (dus niet in hoger beroep)

Eenvoudig kort geding: maximaal 6.000
Overige korte gedingen: maximaal 15.000

Eenvoudige bodemzaak zonder repliek en dupliek: maximaal 8.000
Overige bodemzaken zonder repliek en dupliek: maximaal 20.000

Eenvoudige bodemzaak met repliek, dupliek en/of pleidooi: maximaal 10.000
Overige bodemzaken met repliek, dupliek en/of pleidooi: maximaal 25.000

Deze bedragen betreffen uitsluitend de werkzaamheden van de advocaat en zijn exclusief B.T.W. Met B.T.W. wordt uitsluitend rekening gehouden indien een partij deze niet kan verrekenen met de eigen B.T.W.-aangifte. De bedragen omvatten ook de buitengerechtelijke advocaatkosten, echter niet de kosten van ingeschakelde deskundigen.

Daarbij werd overigens wel aangegeven dat deze tarieven slechts een handvat beogen te bieden en dat de rechter daar naar boven en beneden toe van mag afwijken.

De praktijk leert inmiddels dat de rechters deze indicatietarieven in de meeste gevallen volgen. De partij die een procedure wil starten doet er verstandig aan een budget vrij te maken. In geval van winst zullen de meeste kosten die hij maakt vergoed worden. Bij een flagrante inbreuk op rechten is dat nog steeds een mooi gevolg van de wet. In geval van verlies moeten ook de kosten van de tegenpartij vergoed worden. In dat geval moeten we wellicht blij zijn met dit initiatief van de rechters.

Ruby Nefkens, advocaat bij Van der Steenhoven advocaten te Amsterdam

Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Ruby Nefkens en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.