Door: Tjarda de Wilde voor 'Glas en Beeld' op 8 september 2009
Wel geleverd, maar niet betaald gekregen. Wat kan ik doen?
In deze economisch zware tijden hebben met name leveranciers van goederen belang bij een tijdige betaling door hun afnemers. Maar juist nú blijken afnemers daar vaak niet toe in staat. Met als gevolg: oplopende betalingsachterstanden. Men ziet facturen vaak langer dan zes weken open staan. Dit terwijl er doorgaans een betalingstermijn van twee tot vier weken geldt.
Eigendomsvoorbehoud
Leveranciers hebben meerdere mogelijkheden om betaling van de door hen geleverde goederen te verzekeren. Een daarvan is het eigendomsvoorbehoud. Hierbij wordt met de afnemer afgesproken dat de leverancier zich de eigendom (enkel de juridische eigendom, want feitelijk wordt er wel afgeleverd) van de door hem geleverde goederen voorbehoudt, zolang zijn wederpartij nog niet aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. Pas na volledige betaling wordt de afnemer eigenaar van de geleverde goederen. Een dergelijk eigendomsvoorbehoud kan ook in algemene voorwaarden worden opgenomen; zie bijvoorbeeld artikel 8.2 van de standaard algemene voorwaarden die door GBO worden aangeboden. Wel is het van belang dat deze voorwaarden op de juiste wijze op de relatie met de afnemer van toepassing zijn verklaard, maar dat is wellicht een onderwerp voor een volgend artikel.
Een voorbeeld
Hoe werkt dat in de praktijk? Stel dat leverancier X aan afnemer Y een partij glasplaten levert. De algemene voorwaarden van X, die correct van toepassing zijn verklaard, bevatten de bepaling dat X zich de eigendom van de glasplaten voorbehoudt totdat Y de volledige koopprijs heeft voldaan.
Wanneer kan X zijn eigendomsvoorbehoud uitoefenen? Stel dat Y niet binnen de gestelde termijn heeft betaald en ook niet reageert op een aanmaning of sommatie. X kan dan de glasplaten terugnemen (dus letterlijk met een vrachtwagen voorrijden bij de plaats waar de platen zijn opgeslagen, dit alles uiteraard op kosten van Y!) en de overeenkomst met Y ontbinden. Dit kan ook gebruikt worden als pressiemiddel; als Y zijn productieproces niet meer kan voortzetten omdat de glasplaten ineens verdwenen zijn uit het magazijn, is hij wellicht wél bereid om snel te betalen.
Helaas verloopt het uitoefenen van een eigendomsvoorbehoud niet altijd even soepel, vooral niet als het gaat om goederen die bedoeld zijn om verder te verwerken in andere producten. Wat nu als de glasplaten inmiddels al zijn opgedeeld in kleinere stukken en zijn verwerkt in, bijvoorbeeld, een tuinhuisje? Dan is het eigendomsvoorbehoud helaas teniet gegaan en geldt het niet meer. Het eigendomsvoorbehoud heeft geen betrekking op (eind)producten waarin de geleverde goederen uiteindelijk zijn verwerkt.
En wat als X niet de enige leverancier van glasplaten is en het magazijn van Y vol ligt met dezelfde glasplaten, maar van verschillende leveranciers? Een oplossing hiervoor is het vermelden van een onderscheidend teken op de glasplaten, bijvoorbeeld een (uiteraard zéér moeilijk verwijderbare) sticker van de leverancier of een gegraveerde tekst op de zijkant. Zo kan X 'zijn' glasplaten uit duizenden herkennen als hij langskomt bij Y om zijn eigendomsvoorbehoud uit te oefenen.
Eigendomsvoorbehoud bij faillissement
Wat als het écht misgaat? Wat als Y failliet gaat en X zijn geld nog niet heeft gezien? Het faillissement raakt de glasplaten die onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd niet. Failliete Y is immers, omdat hij niet heeft betaald, nooit (juridisch) eigenaar van de glasplaten geworden. Dat is nog steeds X. Ook in geval van een faillissement spelen echter dezelfde moeilijkheden als hiervoor genoemd. Een curator in een faillissement moet voorzichtig te werk gaan als het gaat om rechten van derden. Maar dat is vaak lastig, een curator komt 'vers' binnen in een dergelijk failliet bedrijf en kent uiteraard niet alle details. Ook daarvoor is een goed geformuleerd eigendomsvoorbehoud plus herkenbaarheid van de goederen van X van groot belang.
Afkoelingsperiode
Een specifieke moeilijkheid voor de leverancier onder eigendomsvoorbehoud bij een faillissement van zijn afnemer is de zogenoemde afkoelingsperiode. De rechter kan een dergelijke periode, die doorgaans twee maanden duurt, afkondigen. Tijdens deze twee maanden kunnen derden (zoals X) hun goederen die zich in de macht van de failliet of de curator bevinden niet zonder toestemming van de rechter opeisen. Deze periode wordt door de curator gebruikt om te kijken wat er precies aanwezig is in het bedrijf en om te voorkomen dat schuldeisers (al dan niet terecht) hun rechten gaan uitoefenen. X zal dus de afloop van de afkoelingsperiode dienen af te wachten en verkeert tot die tijd in onzekerheid over de staat van zijn glasplaten.
Tips
Snelheid is dus van groot belang! Een eigendomsvoorbehoud geeft een zekere bescherming tegen trage betalers, maar het biedt niet honderd procent zekerheid. Blijf scherp en houd de gestelde betalingstermijnen goed in de gaten. Onderneem tijdig actie en wacht niet tot een eventueel faillissement van uw afnemer.
Tjarda M. de Wilde (dewilde@vandersteenhoven.nl), advocaat bij Van der Steenhoven advocaten N.V. te Amsterdam, werkzaam op het gebied van ondernemingsrecht en contractenrecht
Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Tjarda de Wilde en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.






