Door: Merel Singeling op 5 februari 2010
Wijzigingen Mededingingsrecht: verruiming of beperking?
Mag u afspraken maken die de concurrentie beperken? In een distributierelatie gebeurt dat regelmatig. Een leverancier spreekt bijvoorbeeld met zijn afnemer af dat hij binnen het gebied waar de afnemer werkzaam is geen andere afnemers aanstelt. Dat beperkt de concurrentie. Immers: andere afnemers binnen dat gebied kunnen de producten niet van deze leverancier afnemen.
Europese regelgeving bepaalt welke concurrentiebeperkende afspraken zijn toegestaan. Die regelgeving wordt per 31 mei 2010 herzien. Ik licht twee voorgenomen wijzigingen toe:
- - Welke afspraken mag een leverancier met zijn afnemer maken over de verkoop via internet?
- - Mag een leverancier zich bemoeien met de wederverkoopprijs die de afnemer hanteert?
Internetverkoop
Producenten hebben er dikwijls belang bij te voorkomen dat hun producten op internet tegen lage prijzen worden doorverkocht. Zij mogen hun afnemers evenwel niet verplichten om een bepaalde verkoopprijs te rekenen. De nieuwe regels maken duidelijker wat (na 31 mei 2010) wel en wat niet is toegestaan.
Wat mag wel:
- - De leverancier mag van zijn afnemer verlangen dat deze ten minste een bepaalde absolute hoeveelheid producten offline verkoopt;
- - De leverancier mag kwaliteitsnormen opleggen voor het gebruik van een internetsite;
- - De leverancier mag van zijn afnemers verlangen dat zij naast de internetverkoop een fysieke winkel of showroom hebben.
Deze mogelijkheden gelden in het bijzonder wanneer de leverancier een systeem van selectieve distributie hanteert.
Wat mag niet:
- - De leverancier mag zijn afnemer niet verplichten websitebezoeken van klanten uit een ander gebied dan zijn eigen (exclusieve) gebied te blokkeren of automatisch door te sturen naar de website van de producent of van een andere afnemer;
- - De leverancier mag zijn afnemer niet verplichten transacties van klanten via internet af te breken zodra uit de creditcardgegevens blijkt dat het adres niet binnen het gebied valt van de afnemer;
- - De leverancier mag de afnemer niet verplichten het aandeel van de internetverkoop in de totale verkoop te beperken.
Bepalen wederverkoopprijs?
Het bepalen van een minimum of vaste prijs voor doorverkoop is niet toegestaan. Dat verbod is nu nog heel strikt, maar wordt versoepeld.
Het voorstel is dat na 31 mei 2010 ook wordt gekeken naar de daadwerkelijke effecten van de prijsafspraak op de marktwerking. De leverancier die een prijsafspraak maakt, mag bewijzen dat de marktwerking daarbij is gebaat. Slaagt hij niet in dat bewijs, dan is de prijsafspraak alsnog verboden.
Bepaalde prijsafspraken kunnen volgens de Europese wetgever voordelen voor de marktwerking hebben. Die afspraken zijn na 31 mei 2010 mogelijk toegestaan. Het gaat bijvoorbeeld om de situatie dat een producent een nieuw merk introduceert of een nieuwe markt betreedt. Prijsafspraken kunnen dan nuttig zijn om afnemers ertoe aan te zetten meer rekening te houden met het belang van de producent om vraag naar het product te ontwikkelen. Een prijsafspraak is in de toekomst mogelijk ook toegestaan voor een gecoördineerde kortlopende kortingsactie van twee tot zes weken of wanneer een leverancier merkt dat zijn product als 'lokartikel' wordt gebruikt.
Samenvattend
De nieuwe regels verhelderen wat mag ten aanzien van internetverkoop. Daarnaast ziet het ernaar uit dat meer gekeken gaat worden naar concrete gevolgen voor de marktwerking.
Op 4 maart 2010 organiseren Ruby Nefkens en Merel Singeling een Client Class, waarin zij stilstaan bij de voorgenomen wijzigingen in regelgeving en afspraken in distributievormen die wel en die niet zijn toegestaan. Van der Steenhoven advocaten nodigt u van harte uit om daarbij aanwezig te zijn. U bent vanaf 15:30 uur welkom bij Van der Steenhoven advocaten op de Herengracht 582-584 in Amsterdam. Voor meer informatie en aanmelden klik hier!
Merel Singeling, singeling@vandersteenhoven.nl
Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Merel Singeling en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.






