Door: Brenda Nijhuis voor 'Het Financieele Dagblad ' op 8 april 2010
Nieuwe Drank- en horecawet botst op rechtsbeginselen
Het voorstel voor de nieuwe Drank- en horecawet, dat de Tweede Kamer momenteel in behandeling heeft, bevat een artikel dat in strijd is met verschillende rechtsbeginselen. Die beginselen zijn vastgelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de Algemene Wet Bestuursrecht. De strijdigheid betreft artikel 19a van de nieuwe wet. Dat artikel bepaalt, kort gezegd, dat een burgemeester de alcoholafdeling van een supermarkt voor minimaal 1 week moet sluiten, indien die supermarkt drie keer binnen een jaar wordt betrapt op verkoop van alcohol aan jongeren onder de 16. Dit is de zogenaamde 'three strikes and you are out'-regel.
Vooropgesteld zij dat intensieve controle op verkoop van alcohol aan jongeren een goede zaak is. De supermarkten doen al veel om verkoop aan jongeren tegen te gaan. Een voorbeeld is de onlangs ingevoerde legitimatieplicht. Het is goed dat de wetgever strenge eisen stelt, maar de 'three strikes and you are out'-regel gaat een brug te ver.
De burgemeester legt op grond van het voorgestelde wetsartikel de sanctie aan de supermarkt op, indien hij voor de derde maal constateert dat een supermarkt niet heeft vastgesteld of een persoon aan wie alcoholhoudende drank wordt verkocht 16 jaar of ouder is. Indien de betreffende persoon onmiskenbaar 16 jaar of ouder is, hoeft de supermarkt niet te controleren. De term onmiskenbaar impliceert een subjectief oordeel.
Hier wringt de schoen. De sanctie is een punitieve sanctie in de zin van artikel 6 van het EVRM, dat recht geeft op een eerlijk proces voordat een sanctie wordt opgelegd. Het voorgestelde artikel 19a is in strijd met artikel 6 EVRM, omdat de sanctie wordt opgelegd voordat de supermarkt gelegenheid krijgt zich te verweren, en voordat de rechter zich over de zaak kan buigen. De Raad van State heeft in zijn advies over het wetsvoorstel hierover ook een opmerking gemaakt.
Artikel 19a is ook in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De burgemeester heeft niet de vrijheid om te beoordelen of in het specifieke geval een sanctie moet worden opgelegd of niet. Tijdelijke ontzegging van de verkoopbevoegdheid is een zware sanctie. Dit betekent niet alleen direct omzetverlies, maar ook blijvend verlies van klanten, waarmee de continuïteit van de supermarkt in gevaar kan komen. Wellicht zijn er situaties denkbaar dat een sluiting evenredig is, maar er zijn minstens zoveel situaties denkbaar waarin dat zeker niet het geval is.
Het kabinet kiest voor de moeilijkste weg door een wetsvoorstel te introduceren dat in strijd is met verschillende rechtsbeginselen. Het doel is te prijzen, het voorgestelde middel niet.
De wetgever kan beter aansluiten bij het sanctiesysteem van de Algemene Wet Bestuursrecht. Dat biedt voldoende mogelijkheden om supermarkten een sanctie op te leggen indien dat daadwerkelijk op zijn plaats is.
Brenda Nijhuis, nijhuis@vandersteenhoven.nl
Steven Arnold, arnold@vandersteenhoven.nl
Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Brenda Nijhuis en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.






