Door: Ruby Nefkens voor 'Meubel' op 6 juli 2010

Wie het onderste uit de kan wil…

Sommige vonnissen lezen als een spannend boek. Zo ook de uitspraak van de rechter in Den Haag die moest oordelen over de rechten op een bakje voor noten, een zogenaamde 'notendispenser'. Hoe je als directeur kunt worden ontslagen als je te 'hebberig' bent kunt u hierna lezen. Wat was het geval? 

X was commercieel directeur van een bedrijf genaamd DNG en daar verantwoordelijk voor de in- en verkoop van producten. Kennelijk had hij de vormgeving van een notendispenser bedacht. Aan een Deens bedrijf is toen gevraagd dit bakje te produceren en exclusief te leveren aan DNG. Op 25 maart 2009 heeft dit Deense bedrijf de notendispenser, die een speciale tuitvorming had, op eigen naam als Europees model geregistreerd. DNG heeft de notendispenser vervolgens eind mei 2009 op een beurs getoond. Daar raakt Schuitema/C1000 in exclusieve afname van de notendispenser geïnteresseerd. In november 2009  vertelt directeur X aan DNG dat hij de notendispenser op 12 mei 2009 als Europees model heeft geregistreerd. Hij beschouwt zich als ontwerper ervan en als enig rechthebbende. Wel is hij bereid aan DNG het exclusieve recht tot verkoop ervan te geven. Deze onderhandelingen lopen op niets uit. X voert tegelijkertijd echter de onderhandelingen met Schuitema/C1000 en slaagt er op 17 december 2009 in een miljoenencontract voor DNG in de wacht te slepen. 

X ziet zijn kans nu schoon op een vette extra inkomstenstroom en sommeert DNG  in januari 2010 de verkoop en het gebruik van de notendispenser te staken. Hij beroept zich daarbij op zijn eigen modelregistratie. DNG reageert daarop direct door te eisen dat X zijn modelregistratie op naam van DNG zal overzetten. Dit weigert X en X wordt vervolgens de laan uitgestuurd. 

Hoe loopt dit af? De rechter pakt dit pragmatisch aan. Hij kijkt wie nu als eerste de notendispenser heeft geregistreerd. Dat is het Deense bedrijf. De rechter legt de vraag wie de notendispenser heeft ontworpen naast zich neer. In de toepasselijke regelgeving staat dat een model nieuw is - en geschikt voor registratie - als geen identiek model aan het publiek ter beschikking is gesteld vóór datum registratie. De door het Deense bedrijf geregistreerde notendispenser was nieuw ten tijde van registratie. Het later door X gedeponeerde model is dus niet nieuw en X kan daaraan geen rechten ontlenen, aldus de rechter. X doet nog wel een beroep op auteursrechtelijke bescherming (waar geen registratie voor nodig is) maar onderbouwt dit niet voldoende. X verliest de procedure en krijgt ook nog de volledige proceskostenveroordeling voor zijn rekening. 

Een goed product ontworpen, ontslagen en nu ook nog de procedure verloren. Het leven kan hard zijn. Ik vraag me af of X toch niet een rechtvaardige claim heeft. DNG stelt dat X dit bakje in zijn functie bij DNG heeft ontworpen en dat daarom het modelrecht aan DNG behoort toe te komen. Het is echter maar zeer de vraag of de functie van X het ontwerpen van notendispensers met zich meebrengt. Het Deense bedrijf krijgt kennelijk het ontwerp op een serveerblaadje aangereikt en deponeert het zelf. X grijpt vooralsnog mis. Wellicht krijgt dit spannende boek een tweede deel.

Deze uitspraak maakt wel weer duidelijk hoe belangrijk het is om van te voren goede afspraken te maken en deze vast te leggen. 

Ruby Nefkens, nefkens@vandersteenhoven.nl

Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Ruby Nefkens en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.