Door: Ruby Nefkens voor 'Meubel' op 29 november 2010
Villa ArenA
Op 22 november jl. is een uitspraak gepubliceerd van het Gerechtshof te Amsterdam in een langlopend conflict tussen meubeldetaillisten en de ontwikkelaar van Villa ArenA, Ontwikkelingsmaatschappij Centrumgebied Amsterdam Zuidoost (OMC). Wat was het geval? Het gaat om de afspraak die meubeldetaillisten, die zich verenigden in de vereniging RIA, met de ontwikkelaar OMC hebben gemaakt omtrent de komst van een centrum van dienstverlening in de Villa ArenA. Deze afspraak moet rond 1997/1998 zijn gemaakt.
Het oppervlakte van de te ontwikkelen Woonmall Villa ArenA zou naar de overtuiging van de detaillisten niet meer moeten beslaan dan 60.000 m2. Een groter oppervlak zou de Woonmall niet rendabel doen zijn. OMC wilde er nog een woonlaag bovenop van 20.000 m2. Partijen hebben toen gesproken over de komst van een publiekstrekker, een dienstverleningscentrum dat een oppervlakte van 50% van deze extra m2 zou moeten beslaan. Cruciaal in deze zaak is of partijen dat daadwerkelijk met elkaar afgesproken hebben en OMC dus de verplichting op zich genomen heeft om dat centrum te realiseren.
Het standpunt van de detaillisten verenigd in het RIA is dat dat zo is omdat zij anders nooit zouden hebben ingestemd met de extra woonlaag. OMC meende zich daar niet op vastgelegd te hebben en zag dit als een toezegging die zij gedaan had om te onderzoeken of een dergelijk centrum haalbaar zou zijn. Een groot aantal getuigen is vervolgens gehoord.
Uit het onderlinge verband van de getuigenverklaringen onder ede en een aantal andere feiten, heeft het Gerechtshof afgeleid dat de ontwikkeling door OMC van deze publiekstrekker een voorwaarde voor de detaillisten was om akkoord te gaan met de extra woonlaag. Met andere woorden het Gerechtshof stelt vast dat inderdaad was overeengekomen dat OMC de publiekstrekker, die de naam "Kunst van het Wonen" kreeg, daadwerkelijk zou inrichten. In tegenstelling daarmee was de bovenste woonlaag nu gevuld met nog meer woonwinkels. Hetgeen meer concurrentie met zich heeft meegebracht. Daarbij kwam dat de geprognosticeerde 3 miljoen bezoekers ook bij lange na niet gehaald werd.
Villa ArenA heeft door het ontbreken van de publiekstrekker onvoldoende onderscheidend vermogen gekregen. Het Gerechtshof is van mening dat de detaillisten daardoor schade hebben geleden die OMC moet vergoeden. Deze schade moet in een aparte procedure worden vastgesteld.
Een dergelijke schadestaatprocedure kan nog lange tijd in beslag nemen. Het is dan ook voor de detaillisten te hopen dat OMC bereid is een minnelijke schikking te treffen.
Ruby Nefkens, nefkens@vandersteenhoven.nl
Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Ruby Nefkens en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.






