Door: Jan van der Steenhoven op 25 maart 2010
Over recht en humor...
Het begon op de lagere school in de jaren zestig, een tijd dat kinderen nog niet door moeder of verzorger na school van muziekles naar hockey of een andere sport werden gesleept. Als ze al wilden sporten zochten ze zelf maar uit hoe ze op die sportvelden kwamen, moeder had tenslotte (in mijn geval) naast de zorg voor vier andere kinderen ook nog te wassen en te koken voor iedereen (scheiden kwam nog nauwelijks voor, dus de oplettende lezer is al tot een gezin van zeven gekomen). Ik sportte wel maar zocht ook vaak mijn vertier in de enige plaatselijke V&D die de oude Hollandse stad waar ik opgroeide rijk was. Daar las ik, voorzichtig de bladzijden omslaand, stripverhalen, soms Suske&Wiske, vaker Asterix&Obelix, maar toch vooral Kuifje. Doorgaans betekende Kuifje ook het einde van de bibliotheekfunctie van V&D omdat mijn onbedaarlijk lachen om vooral Kapitein Haddock de aandacht van het baasje van de boekenafdeling trok die mij dan aanspoorde om hetzij die Kuifje te kopen hetzij onmiddellijk weg te wezen. Doorgaans werd dat het laatste, omdat ook het zakgeld toen nog niet was waar de gemiddelde basisschoolbengel nu de straat mee op gestuurd wordt. Meestal kwam ik trouwens later terug om buiten het zicht van dat baasje die Kuifje uit te lezen....Toen ik eenmaal rechten in Amsterdam studeerde was er een andere hilarische Haddock die voor ontspanning zorgde. Ik heb het over Mr Albert Haddock, een creatie van de onvolprezen Britse journalist Sir A.P.Herbert, die inmiddels 120 jaar terug het levenslicht zag en die tot zijn dood in 1971 voor een massa heerlijke verhalen gezorgd heeft. A.P.Herbert was lid van the House of Commons (onze 2e Kamer) en buiten dat hij aan de basis stond van een belangrijke wijziging van het echtscheidingsrecht in Engeland, schreef hij korte absurde verhalen over rare zaken in het recht, waarin deze Haddock een belangrijke rol speelde.
Een er van heet "Egg of exchange" en beschrijft hoe Haddock een feestje geeft in het restaurant van The House of Commons en betaalt met een vers ei met daarop de tekst zoals op een gewone cheque uitgeschreven met de opdracht aan zijn bank (op het ei dus) om het op het ei geschreven bedrag aan de aanbieder van het ei uit te betalen. De gerant van het restaurant neemt de cheque/het ei aan maar zijn bank weigert uit te betalen en dus eist het restaurant in deze zaak van Haddock om alsnog te betalen. Die weigert omdat hij immers met een rechtsgeldige cheque heeft betaald. Nergens staat immers dat je een cheque alleen op papier kunt uitschrijven! Zoals alleen Engelsen dat kunnen wordt in de zaak, die Haddock wint, gedebatteerd over de vraag of het uitmaakt dat het een vers en geen gekookt ei is en of van het bankclearingbedrijf verwacht mag worden dat zij behalve papieren cheques ook eieren van bank naar bank laten brengen (het verhaal speelt in 1949 ...). De rechter wuift het argument dat het geen beginnen voor banken is als iedereen eieren als betaalcheque gebruikt weg:
" ..Ofcourse, if it became a general practise for men of commerce and industry to employ the egg for such purposes, a state of affairs might arise in which Parliament would feel itself compelled to intervene. But it is always a great mistake to treat the individual on the chance that he may become a crowd."
Die laatste opmerking geldt nog altijd !
Wie na een dag hard werken als consument van het recht (advocaat of cliënt), vertwijfeld is over een rechterlijke uitspraak of een onverwachte wending in zaak, kan ik (More) Uncommon Law (Methuen 1982) en andere werken van A.P.Herbert sterk aanbevelen om te ontspannen. (Gelukkig kon ik die boeken inmiddels zelf betalen..)
Jan van der Steenhoven, jan@vandersteenhoven.nl






