Door: Quirijn Meijnen op 7 april 2010

Eerst de feiten, dan het recht

Opvallend vaak krijg ik de vraag of ik de hele dag over oude, muf ruikende boeken en ingewikkelde wetteksten zit gebogen. Kennelijk een hardnekkig beeld dat bestaat van het werk van een advocaat. Niet veel later wordt mij dan vaak ook nog de vraag gesteld of het werk niet "saai"is. Het beeld van het de hele tijd met de neus in de boeken zitten klopt maar ten dele.

Het belangrijkste in elke rechtszaak zijn toch de feiten, en het recht komt daar achteraan. De feiten (en dat kan dus van alles zijn) is het basismateriaal waar je als advocaat mee werkt. Als de feiten goed zijn, dan spreekt een zaak voor zich. Op basis van de feiten maak je een inschatting over de kansen van een zaak.

Vervelend is als cliënten de feiten rooskleuriger voorstellen dan ze zijn. U begrijpt, niets menselijks is cliënten vreemd. Uiteindelijk komt de wederpartij met andere feiten en verzandt een procedure in een "welles nietes" spelletje. Vandaar dat een ervaren advocaat mijns inziens altijd eerst doorvraagt over wat er nu "echt" is gebeurd, in plaats van het verhaal van zijn cliënt als zoete koek te slikken. Ronduit zonde is het als een cliënt feiten achterhoudt omdat hij denkt dat die "toch niet belangrijk" zijn, en achteraf blijkt dat die feiten de zaak hadden kunnen doen kantelen. Het is dan ook van belang om een advocaat een selectie van de feiten te laten maken, en dat niet zelf al te doen.

Het is als advocaat vooral ook belangrijk om meteen aan het begin van een zaak, al voor het schrijven van de eerste brief, alle feiten goed op een rij te hebben. Ronduit verschrikkelijk is als halverwege een zaak, dingen toch weer anders blijken te liggen. Vandaar ook dat advocaten niet graag "even" een briefje willen schrijven. Dit omdat er vaak meer dan "even" nodig is om werkelijk te begrijpen wat er nu precies tussen partijen speelt.

Het heerlijke van mijn vakgebied, de intellectuele eigendom (auteursrecht, merkenrecht, modellenrecht) is dat de feiten voor iedereen zichtbaar en kenbaar zijn. Over wat er nu wel of niet is gebeurd is, er is zelden ruzie. Het gaat echt om de vaststelling of twee stoelen te veel op elkaar lijken en/of het ene merk aan een ander (bekend) merk doet denken. Ontkennen dat stoelen te veel op elkaar lijken is dan ook niet mogelijk. Of stoelen te veel op elkaar lijken is uiteindelijk aan de rechter.

Als advocaat probeer je in een IE procedure - bijvoorbeeld in een procedure waarbij het de vraag is of stoelen te veel op elkaar lijken - met afbeeldingen van andere stoelen aan te tonen hoe weinig bijzonder de stoel is van de "tegenpartij", en dat het daarom niet zo gek is dat de stoel van je cliënt op de andere stoel lijkt, dit in het geval dat je cliënt het verwijt krijgt dat zijn stoel is nagemaakt. Of je tracht met afbeeldingen juist aan te tonen dat de stoel van je cliënt heel bijzonder is, omdat er bijvoorbeeld elementen in zitten die nog niet eerder in een stoel zijn gebruikt, en dat juist die elementen zijn gekopieerd.

Het voorgaande betekent dat je als IE advocaat moet beschikken over een groot archief met alle mogelijke stoelen en andere meubels. Gelukkig helpt internet tegenwoordig met het in kaart brengen van wat het "vormgevingserfgoed" wordt genoemd.

Het werk van een IE advocaat is, naast de wet en de rechtspraak goed kennen, dus ook vooral het bijhouden van allerlei ontwikkelingen op het gebied van vormgeving, kunst en design. Dit is soms handig om mensen uit de droom te helpen dat ze iets "revolutionairs" hebben ontworpen. Maar ook bijvoorbeeld cliënten attenderen op het feit dat ze een erg bijzondere tafel hebben ontworpen, en laten zien dat die tafel inmiddels ook al is gekopieerd, en dat daartegen succesvol is op te treden.

Het werk van een advocaat is dus zeker niet de hele dag gebogen zitten over muffige wetteksten. Het gaat er juist vaak vooral om dat je je in de "wereld" van je cliënt verplaatst. Dat is alles behalve saai.

Quirijn Meijnen,

Meijnen@vandersteenhoven.nl