Door: Lisette Leuftink op 12 april 2010
Old Girls Network
Afgelopen vrijdag oordeelde de Hoge Raad dat de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) niet langer bij voorbaat vrouwen mag uitsluiten van een plaats op de kieslijst. Zelfs Youp van 't Hek schreef hierover in zijn wekelijkse column in de NRC. Hij was van mening dat een club een club is en zijn eigen regels mag stellen. Als de snordragersvereniging geen vrouwen wil, dan moet dat kunnen. Moeten na dit arrest nu alle vrouwen naar een advocaat rennen om bij de rechter af te dwingen dat ook zij worden toegelaten tot de vereniging van snordragers?
Een verenging hoeft zich in beginsel niet aan het discriminatieverbod te houden. Als een vereniging in haar statuten opneemt dat zij alleen vrouwen met een houten been en van Zuid-Europese afkomst tot haar vereniging wil toelaten, dan heeft zij daartoe dat recht. Het recht van vrijheid van vereniging weegt hier zwaarder dan het discriminatieverbod. Niet voor niets hebben enkele sportclubs een ballotagecommissie. U kunt zich niet zomaar inschrijven. De vereniging bepaalt of u erbij mag of niet. Daarover hoeft ze geen verantwoording af te leggen.
In deze zaak echter had een aantal mensenrechten- en vrouwenbelangen organisaties zowel de Staat als de SGP gedagvaard. De Hoge Raad moest in dit geval tot een andere conclusie komen omdat nu ook het VN-Vrouwenverdrag een rol speelt. Het Vrouwenverdrag eist dat de Staat passief kiesrecht (het zich verkiesbaar stellen) voor vrouwen effectief verzekert. Het Verdrag laat de Staat op dit punt geen beleidsvrijheid. Het discriminatieverbod weegt, in zoverre het de kiesrechten van alle burgers waarborgt zwaarder dan het recht op vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging. De Staat moet er dus voor zorgen dat de SGP niet langer bij voorbaat vrouwen uitsluit van een plaats op de kieslijst.
De zaak rond de SGP is dus een uitzonderlijk geval, omdat het hier gaat om het passief kiesrecht dat aan vrouwen moet toekomen. De gemiddelde vereniging krijgt hier niet mee te maken en kan blijven vasthouden aan de door haar gestelde eisen aan leden. Voor hen geldt het discriminatieverbod in beginsel niet. De snordragersvereniging hoeft dus niet bang te zijn voor in opstand komende vrouwen.
Lisette Leuftink, leuftink@vandersteenhoven.nl






