Door: Steven Arnold op 31 mei 2010

Verkiezingen

Het is verkiezingstijd, dus veel debatten op radio en televisie. In de media wordt veel aandacht besteed aan de debatten. Debatten worden zelfs als een echte wedstrijd gezien, met een voor- en nabeschouwing en een uitslag.   

Het lijkt er sterk op dat bij de debatten de inhoud minder belangrijk is dan de verpakking. Veel meer dan een steekhoudende argumentatie, is de "soundbite", de "oneliner" en "framing" doorslaggevend. Tijd voor een uiteenzetting van een voorgesteld beleid in de vorm van een goed opgebouwd betoog, wordt de deelnemer aan het debat niet gegund. Is het niet door de debatleider, dan wel door een interceptie van een concurrerende deelnemer. 

Is er een vergelijking te maken tussen een debat in verkiezingstijd, en een pleidooi van een advocaat in de rechtzaal? En is de ontwikkeling van een inhoudelijk betoog naar korte statements, ook in de rechtzaal te zien? Een verschil is uiteraard de doelgroep: de kiezer versus de rechter. Daar waar de rechter normaal gesproken beschikt over dezelfde kennis over de materie als de advocaat, zal een gemiddelde kiezer moeilijk kunnen nagaan of de bijstandsmoeder in plannen van de VVD er daadwerkelijk € 100,= per maand op achteruitgaat, of niet. En daar waar de kiezer gevoelig blijkt voor de oneliners en de soundbites zal de rechter zijn oordeel hoogstwaarschijnlijk niet laten afhangen van de vraag of een advocaat tijdens de zitting af en toe even hakkelde of juist een goedgetimede kwinkslag produceerde. 

Toch zijn er ook overeenkomsten. Uiteindelijk zijn de kiezer en de rechter beiden mensen, die voorkeuren hebben en antipathieën. Net als een kiezer, kan een rechter zich ook laten leiden door de non-verbale communicatie. En ook in de rechtzaal is het van belang dat een advocaat ad rem kan reageren op vragen van de rechter, of op opmerkingen van de andere advocaat. 

Eén groot verschil tussen de kiezer en de rechter is er altijd  wel: de kiezer heeft altijd gelijk.  

arnold@vandersteenhoven.nl