Door: Ernst Bulthuis op 7 juni 2010
Over uniformiteit van het recht
Afgelopen vrijdag en zaterdag woonde ik een Europees congres bij van specialisten in transport- en maritiem recht. Het zogenaamde YMLA (young maritime law association) congres. Met goede moed verzameld op vrijdagochtend, schaarden zich de Duitse, Franse, Engelse, Belgische en Nederlandse delegaties aan de koffietafel in het hartje van Parijs. Een bont gezelschap, waarbij men aan het type pak of das (of juist niet) al een aardig onderscheid in de nationaliteiten kon maken.
Naast de nodige ontspannen gedeelten van het programma werd er ook serieus over het recht gesproken. Van elke delegatie worden twee sprekers aangewezen die eenzelfde praktijkgeval dienen voor te bereiden, om de antwoorden vervolgens plenair te bespreken. Nu is het internationale vervoerrecht voornamelijk gebaseerd op verdragsrecht. En dat is niet verwonderlijk aangezien internationaal vervoer zich letterlijk meerendeels door verschillende landen en continenten beweegt, waarbij het wenselijk is dat voor al die stukken eenzelfde rechtsregime toepasselijk is. Een voornamelijk doel van verdragsrecht is dan ook het creeren van uniformiteit in het recht zodat men niet is overgeleverd aan de grillen van de verschillende nationale rechtstelsels.
Je zou gezien het bovenstaande verwachten dat dan zo'n plenaire bespreking maar een saaie bedoeling is, aangezien de antwoorden van alle landen gelijkluidend zouden moeten zijn. Echter, niets is minder waar. Bij de tweede spreker op de eerste dag ging het al mis. Na Engeland nam de spreker van Frankrijk het woord, om voor precies hetzelfde geval met precies hetzelfde Verdrag toepasselijk, op een heel andere uitslag te komen. Zo vroeg, had zelfs de zaal niet verwacht, en enige hilariteit was het gevolg. De Franse professor die het geheel in goede banen moest leiden, onthield zich niet van de discussie, met als gevolg dat de toch al lange uiteenzetting van de Engelse en Franse delegatie het programma ernstig in de war had geholpen. De oude Frans-Engelse rivaliteit werd nieuw leven ingeblazen, waarbij zelfs de Duitsers gedwee moesten toekijken. Als klap op de vuurpijl concludeerde de Franse gespreksleider dat hij sowieso niet zo veel op had met "uniformiteit van het recht".
Uiteraard bleef e.e.a. tijdens de eerste koffiepauze niet onbesproken. De overige delegaties wisten wat hun te doen stond. Verschillende nauwkeurig voorbereide voordrachten vonden de prullenbak, en er werd na de pauze goed tempo gemaakt. Daar waar de antwoorden eerst nauwgezet waren onderbouwd met vele verwijzingen naar uitspraken van nationale rechters, werd nu volstaan met "ja, dat kan" of "nee, dat is volgens ons rechtsstelsel niet mogelijk", de zaal in onwetendheid achterlatend. Wat een prachtig verschijnsel. De argumentatie had plaats gemaakt voor een wedstrijd in bondigheid. In ieder geval wist men zeker dat als men nog eens de hulp nodig zou hebben van een buitenlandse collega, in een internationaal geval, dat de antwoorden op dit congres niet uit en te na besproken waren. Er gloorde weer hoop voor het correspondenten netwerk, dacht ik.
Uniformiteit in het recht is een mooi streven (en bij slagen een groot goed), om internationale kwesties effectiever af te kunnen doen. Waarom zou men immers nog de moeite nemen om een claim in een ander land voor de rechter te brengen, als de nationale rechter er precies net zo over zal oordelen? Maar zoals dit congres feilloos liet zien, is het bereiken van die oplossing vaak een illusie. De kracht van het nationale recht (voortkomend uit de autonomie van een bepaalde staat) moet nooit worden onderschat. En ook de rechters van die verschillende nationaliteiten verschillen. Bovendien, rechters zijn mensen. Mensen die er ook wel eens genoeg van hebben om steeds dat gekleurde gezwets van een advocaat aan te moeten horen, of een processtuk van 200 pagina's door te moeten akkeren, terwijl de zaak wellicht nergens over gaat. Dat wordt nog wel eens vergeten, met name door advocaten.
Zodirect moet ik een Duitse procedure over een kwestie in het wegvervoer voorbereiden. Ik denk dat ik het maar kort houd. Ik heb nu al zin in het congres van volgend jaar!
Ernst Bulthuis, bulthuis@vandersteenhoven.nl






