Door: Marcin Lewandowski op 13 september 2010
'Lange adem'
Vorige week was het buitengewoon spannend. Samen met Peter, collega advocaat, wachtten wij op het nieuws vanuit Luxemburg. Op 9 september 2010 zou de Advocaat Generaal bij het Europese Hof van Justitie een conclusie inzake een drietal prejudiciële procedures bekendmaken.
Ook de de cliënten voelden de spanning oplopen. Een van hen heeft zelfs nog begin vorige week gebeld om nog even van gedachten te wisselen, voordat de conclusie bekend zou wordt gemaakt.
Terug naar het begin...
Het is in 2004 begonnen. Eindelijk was Polen lid van de Europese Unie geworden. Daar heb ik vanaf 1996 op gewacht. Eindelijk geen "tweederangs Europeaan" dacht ik...
Het toenmalige kabinet is echter teruggekomen op de afspraken die het Tweede Paarse Kabinet voor de toetreding heeft gemaakt. Ondanks de gemaakte beloften mochten Poolse burgers, en burgers van de 9 andere nieuwe lidstaten nog niet vrij werken in Nederland.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Minister SZW) is zelfs verder gegaan dan de Toetredingsakte van Athene toeliet. Niet alleen de werknemers van de nieuwe lidstaten mochten niet in Nederland werken zonder werkvergunning, (opschortingsmaatregel opgenomen in de Toetredingsakte van Athene) maar ook de Poolse dienstverleners mochten hun werknemers niet ten behoeve van de uitvoering van hun diensten naar Nederland zonder een werkvergunning detacheren. Dat was niet conform de gemaakte afspraken. Een regen van, in mijn ogen onrechtmatige boetes, is op de Poolse dienstverleners en hun opdrachtgevers gevallen.
Vanaf het begin was het al duidelijk dat de manier waarop de minister de toegang van Poolse dienstverleners tot het grondgebied van Nederland belemmert, in strijd is met de Toetredingsakte van Athene. Reeds in september 2004 heb ik een klacht bij het Europees Hof van Justitie ingediend. Het klaagschrift is gegrond verklaard en Nederland is tot twee keer toe aangemaand om de wet- en regelgeving in overeenstemming te brengen met de Toetredingsakte van Athene. Ondanks het feit dat de Nederlandse minister de secundaire wetgeving heeft aangepast, bleef nog altijd in de jaren 2005 tot en met 1 mei 2007 het Nederlandse stelsel in strijd met het "beginsel van vrij verkeer van diensten". Het geschil spitste zich toe op de vraag mogen de Poolse dienstverleners in Nederland diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van personeel, zonder tewerkstellingsvergunning aanbieden?
Het duurde tot begin 2009 voordat de Nederlandse rechter (afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) voor het eerst heeft besloten om prejudiciële vragen te stellen inzake de rechtmatigheid van de Nederlandse belemmeringen voor de dienstverleners en de nieuwe lidstaten. Het duurde dus bijna vijf jaar voordat dit onderwerp op de rol van het Europees Hof van Justitie is geplaatst. Ondertussen is in mei 2007 de arbeidsmarkt geopend voor de arbeidskrachten uit Polen, Tsjechië en andere nieuwe lidstaten. Anno 2010 is dit probleem nog slechts voor Bulgarije en Roemenië van belang.
Terug naar heden...
De conclusie van de Advocaat-Generaal ligt helaas niet in de lijn der verwachtingen. Het was afgelopen donderdag even schrikken toen de Advocaat-Generaal ten eerste de prejudiciële vraag heeft geherformuleerd en ten tweede het Nederlandse beleid heeft goedgekeurd. De race is nog niet afgelopen. In de meeste gevallen worden de adviezen van de Advocaat-Generaal wel opgevolgd, maar het is ook meerdere keren gebeurd dat het Europese Hof van Justitie de conclusies van Advocaat-Generaal Bot (Advocaat-Generaal die in deze zaak heeft geconcludeerd) niet heeft opgevolgd. Binnen drie tot zes maanden zal het Europese Hof van Justitie uitspraak in deze zaak doen. Wij moeten nog wat geduld hebben. Een zaak van een lange adem dus...
Marcin Lewandowski, lewandowski@vandersteenhoven.nl






