Door: Selale Dogan op 14 december 2010
Burgerjournalistiek of informatieoorlog?
De kranten staan er de laatste weken vol van, Wikileaks en de persoon van Julian Assange: is hij een waarheidsbrenger of ordinaire crimineel?
Wikileaks moet niet verward worden met Wikipedia, begreep ik kort nadat ik er voor het eerst over hoorde. Niet alleen omdat het niet verbonden is aan Wikipedia, maar ook omdat het niet op dezelfde manier werkt. De informatie op Wikileaks komt niet van het publiek dat die in samenwerking openbaar maakt, maar van een onbekend aantal anonieme vrijwilligers. Die sturen staatsgeheimen op aan Wikileaks. Spionage 2.0. Wat een contrast met een paar decennia geleden; ik herinner me nog de jaren '80 spionagefilms waarin Amerikanen en Russen over en weer infiltreerden met gevaar voor eigen leven om elkaars staatsgeheimen te ontfutselen. Nu gaat dat alles vanuit de luie stoel van achter de computer. Die staatsgeheimen worden door Wikileaks geredigeerd en op de website gezet. Dat redigeren gebeurt vermoedelijk niet door Julian Assange alleen, maar het lijkt er op dat hij bepaalt wat openbaar wordt gemaakt.
Julian Assange is afgelopen dinsdag opgepakt, hij wordt beticht van een zedenmisdrijf. Volgens Julian Assange's side-kick, Kristinn Hrafnsson, is dit een rechtstreekse aanval op de persvrijheid. Dat laatste was onderwerp van gesprek tijdens een vervroegd kerstdiner dat ik afgelopen weekend had. De meningen waren verdeeld. Kon eigenlijk wel gesproken worden van journalistieke werkzaamheden door Wikileaks? Niemand aan tafel haalde de Wikileaks-kennis van de website zelf, maar via de reguliere media, die de grote lappen tekst eerst zelf verwerkten. Wikileaks deed dan misschien wel aan nieuwsgaring, maar de reguliere media brachten het nieuws echt aan de man. We waren het er wel over eens dat in ons informatietijdperk het nieuws in beginsel door iedereen gebracht kan worden. Maar moet dan in het kader van vrijheid van meningsuiting zomaar alles gezegd kunnen worden?
Vrijheid van meningsuiting is niet alleen voorbehouden aan journalisten en het geeft niemand een vrijbrief om zomaar alles openbaar te maken. Het recht heeft deze vrijheid in internationale verdragen (zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens) gespecificeerd, maar ook begrensd. Bijvoorbeeld als het gevaar bestaat dat die 'meningsuiting' de nationale veiligheid, de territoriale integriteit of de openbare veiligheid van een staat aantast of als met die informatie vertrouwelijke mededelingen worden verspreid, zolang dat duidelijk in een wet is vermeld. Uit de kranten hadden mijn tafelgenoten en ik echter begrepen dat de 'gelekte' informatie ook zonder Wikileaks door de gemiddelde 'die-hard' terrorist achterhaald kon worden. Het ging meer om informatie die door een gelegenheids-kwade-geest misbruikt kon worden. Wat mij betreft net zo kwalijk. En wat weegt dan zwaarder? Het belang van de vrijheid van meningsuiting en de bijdrage aan het maatschappelijke debat of het belang van de nationale veiligheid? Een belangenafweging dus.
Dat bevestigt mij weer in mijn - wellicht enigszins beroepsgedeformeerde - overtuiging dat het recht alle aspecten van het leven raakt. Wat is de uitkomst van de belangenafweging? Betreft het hier een meningsuiting waar het publiek kennis van moet nemen, of weegt de staatsveiligheid van de betrokken landen in dit geval zwaarder? Die belangenafweging laat ik niet graag over aan de beoordeling van één man, in de persoon van Julian Assange, en ook niet aan de staten zelf. Een evenwichtige belangenafweging laat ik in alle vertrouwen en graag over aan de rechterlijke macht.
Şelale Doğan, dogan@vandersteenhoven.nl






