Door: Ernst Bulthuis op 4 april 2011
Piraterij en de HMS Tromp
De Golf van Aden wordt geteisterd door piraterij. Dat is niemand ontgaan. Dat daarbij grof geschut en het riskeren van mensenlevens (aan beide zijden) niet worden geschuwd is ook alom bekend. Het "werkterrein" van de Somalische piraten omvat hierbij al lang niet meer alleen de Golf van Aden. Tot ver in de oceaan en aan de oostkust van zuidelijk Afrika dienen schepen van willekeurig pluimage op hun hoede te zijn.
Sinds de bekendheid met- en de successen van de piraten is ook een internationale operatie actief om die piraterij te bestrijden. Hierbij speelt ook Nederland een rol. Afgelopen weekeinde waren Nederlandse mariniers acterend vanaf de HMS Tromp succesvol in de bevrijding van een Iraans vissersschip uit de greep van Somalische piraten. Hierbij vielen twee doden aan de kant van de piraten.
Piraterij (of "zeeroof") wordt volgens gewoonterecht gezien als een internationale misdaad. Het is te beschouwen als iedere op volle zee gepleegde onwettige daad van geweld, aanhouding of plundering door de bemanning of passagiers van een particulier schip voor persoonlijke doeleinden, gericht tegen (de bemanning van) een ander schip. In geval van zeeroof mag iedere staat buiten de rechtsmacht van een andere staat optreden. Dat wil zeggen - al dan niet bewapend - inspecties houden, aanhoudingen verrichten en tot inbeslagname kunnen overgaan. Dit is onder meer vastgelegd, althans af te leiden uit het Internationale Verdrag van Genève over de volle zee en het Internationale Zeerechtverdrag. Zodoende een volkenrechtelijke legitimatie van het gebruik van geweld door oorlogsbodems (staten) tegen piraten.
Kan het optreden van de HMS Tromp ook in Nederlands juridisch perspectief worden geplaatst? Anders gezegd, zou het Nederlandse wetboek van strafrecht hiervoor ook een internationale legitimatie bieden? Ja, dat doet het. De eerste veroordeling in dit verband is ook al een feit. In eerste instantie kan worden vastgesteld dat "zeeroof" in de Nederlandse wetgeving als zodanig is benoemd en strafbaar is gesteld (artikel 381 Wetboek van strafrecht). Dit artikel heeft internationale geldigheid, kortom, is toepasselijk op een ieder die zich binnen of buiten Nederland - waar dan ook - schuldig maakt aan piraterij (artikel 4 sub 5 Wetboek van strafrecht). Hierbij maakt het dus niet uit welke nationaliteit de piraten, het piratenschip, de slachtoffers of het gekaapte schip hebben.
De enige beperking die zich in dit verband voordoet is het geweldsmonopolie van de overheid. Een burger is wel bevoegd om - bij heterdaad - een piraat aan te houden (voor zover daartoe in staat) maar daarbij een wapen gebruiken mag hij niet. Of dit principe lang stand zal houden in deze omstandigheden vraag ik mij af, nu recentelijk het kabinet heeft besloten ook bepaalde riskante zeetransporten te kunnen bemannen met mariniers die niet opereren vanaf een oorlogsbodem. Een goede zaak. Het behoedzaam doortrekken van deze lijn naar gekwalificeerde particuliere beveiligingsinstanties lijkt hier voor de hand te liggen en mijns inziens bovendien wenselijk.
Ernst Bulthuis, bulthuis@vandersteenhoven.nl






