Door: Tjarda de Wilde op 6 juni 2011
Over taugé en overbruggingskredieten
Op de eerste werkdag na een heerlijk lang Hemelvaartsweekend word ik wakker met het bericht dat taugé en andere kiemgroenten, afkomstig van een boerderij in de Duitse deelstaat Nedersaksen, waarschijnlijk de oorzaak zijn van de EHEC-besmetting. Frappant detail is overigens dat het hierbij gaat om biologisch geteelde groenten. Zo logisch is biologisch dus blijkbaar niet. Maar dat terzijde.
Dit kleine en naar mijn mening nogal smakeloze plantje is er dus vermoedelijk de oorzaak van dat de Nederlandse tuinders volgens schattingen van het Productschap Tuinbouw wekelijks in totaal een verlies van 50 miljoen euro lijden. Begon de crisis eerst met de komkommers, later breidde het zich in een rap tempo uit naar tomaten en paprika's. Op Hemelvaartsdag kondigde Rusland, een van de belangrijkste importeurs buiten de EU, een totaalverbod op de invoer van rauwe groenten aan. Het drama voor de Nederlandse telers is compleet.
Als advocaat, gespecialiseerd in het ondernemingsrecht, krijg ik regelmatig te maken met vraagstukken over financiering van een onderneming. Dat zijn (gelukkig) lang niet altijd bedrijven in nood. Soms heeft een onderneming er behoefte aan om te bezien of hun kredietverlening goedkoper kan en wordt herfinanciering overwogen. Of men wil een investering doen en is op zoek naar een zo gunstig mogelijke lening om deze investering te financieren. Maar in het geval van de Nederlandse telers gaat het uiteraard om bedrijven die zich in een benarde (financiële) positie bevinden. Gezien het grote economische belang van de Nederlandse tuinbouw doet men er alles aan deze ondernemingen overeind te houden. En met 'men' bedoel ik niet alleen de ondernemingen zelf, maar ook de banken en de overheid. Zo kondigde staatssecretaris Bleker van Landbouw aan te werken aan een garantieregeling. Tuinders in nood die een beroep kunnen doen op deze regeling, hoeven voorlopig niet of minder af te lossen op hun bancaire leningen. De overheid staat hiervoor garant bij de bank.
De Rabobank, van oudsher een van de grootste financiers van de sector, liet al eerder weten druk bezig te zijn met het vinden van oplossingen voor de noodlijdende tuinders. Zij hanteert daarbij maatwerk; per onderneming wordt bekeken welke oplossing de beste is. Zo valt te denken aan een tijdelijke opschorting van de betalingsverplichtingen of het aanbieden van een overbruggingskrediet, een kortlopende lening die doorgaans in één keer op de vervaldatum wordt afgelost, waarbij men er uiteraard van uit gaat dat op de vervaldatum alles weer pais en vree is.
Op de korte termijn is dit alles uiteraard een goed lapmiddel, maar of dat op de langere termijn stand houdt, is mijns inziens nog maar de vraag. Hoe lang duurt de EHEC-epidemie nog? Wat als taugé niet de oorzaak blijkt te zijn en men door moet blijven zoeken naar de echte oorzaak? Op den duur zal die bancaire lening toch terugbetaald moeten worden en ook de garantstelling door de overheid zal niet eeuwigdurend zijn. Voor niets gaat de zon op. De echte klap komt dan later, terwijl wij al lang en breed weer op onze rauwkost aan het knagen zijn. Dan zal blijken hoe sterk de Nederlandse tuinbouwsector is. Ik houd de ontwikkelingen, beroepshalve én anderszins, in ieder geval nauwlettend in de gaten.
Tjarda de Wilde, dewilde@vandersteenhoven.nl






