Door: Maarten Poerink op 13 augustus 2012
Wraken of wraak
Na twee weken Olympische Spelen even geen non-stop sport meer op Nederland 1. Dat wordt wennen. Qua Olympische sporten verbaasde ik me toch weer eens over de jurysporten (zoals turnen, boksen en dressuur) en met name over de arbitraire karakter hiervan.
Het meest duidelijke voorbeeld betreft de meest belachelijke Olympische sport: snelwandelen. Snellopers moeten constant in contact staan met de grond. Na drie waarschuwingen hierover van een arbiter word je uit de race gehaald. Uit vertragende filmbeelden bij deze Olympische Spelen blijkt echter dat bij elke stap geen van de deelnemers in contact blijft met de grond: Weg bestaansrecht van een sport en weg geloofwaardigheid van de arbiters.
Daarnaast deed vooral de zilveren in plaats van gouden medaille van Adelinde Cornelissen bij dressuur mijn wenkbrauwen fronsen. Kan het zijn dat de jury toch vooringenomen, althans beïnvloed werd door de duizenden Britten op de tribune, waardoor een Britse op nummer 1 eindigt die verschillende fouten in haar kür maakt? Helaas bestaat er geen wrakingsmogelijkheid tegenover een jury(lid) of een beroepsmogelijkheid met betrekking tot haar beslissing. Sommigen noemen dit wellicht juist één van de charmes van de sport.
Gelukkig zit er in ons rechtssysteem wel een controlesystematiek voor de scheidsrechterlijke leiding. Hier is geen plaats voor de voorgenoemde charme. Tegen een negatief uitvallend vonnis kan in hoger beroep worden gegaan. Ten tijde van het proces bestaat de mogelijkheid tot wraking van de rechter indien er een schijn van partijdigheid bij de rechter bestaat.
Het wraken is mede door de rechtszaken zoals die over Wilders en Robert M. meer onder de publieke aandacht gekomen. Uit de cijfers blijkt dat advocaten meer gebruik maken van deze mogelijkheid. Tussen 2005 en 2011 steeg dit percentage met 350% naar 557 wrakingsverzoeken in 2011 (op overigens een gemiddelde van 1.8 miljoen rechtszaken per jaar). Slechts een zeer klein percentage hiervan wordt daadwerkelijk toegewezen. De grondslagen voor een wrakingsverzoek liggen meestal in de bejegening en uitlatingen door de rechter ter zitting of de procesbeslissingen van de rechter.
Als je wrakingsuitspraken bekijkt, passeren er genoeg de revue die op het eerste oog al direct kansloos lijken. Zoals het wraken van een gehele rechtbank, voordat er überhaupt een rechter is aangesteld of vanwege een beslissing van de rechter in een voorgaande zaak. Niet uit te sluiten is dat dit middel ook oneigenlijk wordt ingezet met als doel om de procedure te rekken.
Mijn oog viel op een recente uitspraak van de rechtbank Maastricht. Hier werd een wrakingsverzoek toegewezen in een echtscheidingszaak. Blijkbaar was de rechter in een melige bui. De man gaf aan met betrekking tot de boedelverdeling graag te beschikken over het tuingereedschap. Hierop reageerde de rechter met de opmerking: 'Een schop kun je krijgen'. Tijdens de zitting maakte de rechter vervolgens meer soortgelijke opmerkingen/grappen, telkens gevolgd door gelach van de wederpartij (de vrouw). Geoordeeld werd dat door dit optreden van de rechter hij heeft vermeden, althans op de koop heeft toegenomen dat de schijn van partijdigheid kon ontstaan. De rechter is in deze zaak vervangen.
Helaas bestond voor Cornelissen bij de Olympische Spelen geen mogelijkheid tot wraking van de jury of hoger beroep tegen de einduitslag. In de sport die je op een andere manier 'wraak' te nemen. Journalist Ollie Williams van de BBC verwoordde dit, vanuit een nationaal oogpunt, goed in zijn tweet na de 9-2 van Nederland tegen Groot Brittannië in de halve finale hockey: "This is what happens when you don't give a Dutch dressage rider the gold medal. Their hockey team gets ANGRY." Met een zilveren plak was de wraak helaas niet zoet genoeg.
Maarten Poerink






