Ondernemingsrecht Februari 2006

1 januari 2006

Hierbij ontvangt u een overzicht van actuele wetgeving en rechtspraak die voor u als ondernemer van belang is. Wilt u meer weten over één van deze onderwerpen, neemt u dan contact op met Jan van der Steenhoven, Arjen Raat, Cedric de Breet of Merel Singeling.

Wet financiële dienstverlening van kracht

Op 1 januari 2006 is de Wet financiële dienstverlening (Wfd) in werking getreden. Die wet geldt voor alle financiële adviseurs, zoals tussenpersonen op het gebied van verzekeringen, hypotheken, kredieten of effecten. Voor de financieel adviseur heeft de wet een aantal ingrijpende gevolgen. Zo moet de financieel adviseur op grond van de Wfd beschikken over een vergunning, die bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) moet worden aangevraagd. Als de financieel adviseur dat nalaat en hij bij een controle door de AFM tegen de lamp loopt, loopt hij het risico zijn zaak te moeten sluiten. De Wfd stelt aan de financieel adviseur allerlei eisen op het gebied van informatievoorziening, deskundigheid en betrouwbaarheid. Ook is het aangesloten zijn bij een klachteninstituut en het hebben van een aansprakelijkheidsverzekering per 1 januari 2006 verplicht gesteld.

Verder is in de Wfd een zorgplicht opgenomen die vergelijkbaar is met de zorgplicht die al langere tijd geldt voor bijvoorbeeld een vermogensbeheerder. Die zorgplicht komt erop neer dat de financieel adviseur informatie in dient te winnen over de financiële positie, de kennis en het risicoprofiel van zijn cliënt, voordat hij tot advisering overgaat. Het is van belang dat die ingewonnen informatie schriftelijk aan de cliënt wordt bevestigd, om te voorkomen dat de financieel adviseur later verweten wordt dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden.

Nieuw verzekeringsrecht: belangrijkste veranderingen

Ook is op 1 januari 2006 het nieuwe verzekeringsrecht in werking getreden. Uitspraken van rechters, veranderde inzichten in het recht en hetgeen in de praktijk al gebeurt is in die wetgeving verwerkt. Een paar in het oog springende veranderingen op een rijtje gezet:

Privé aansprakelijkheid dga en toestemming echtgenote

Bij het afsluiten van de bancaire financiering worden directeuren/grootaandeelhouders (DGA's) in de regel door de bank verplicht zich in privé aansprakelijk te stellen voor de terugbetaling van de geldlening, bijvoorbeeld door het sluiten van een borgtocht. De bank verlangt dan vaak dat de echtgenote van de DGA de overeenkomst mee tekent. Dat is niet voor niets. Als de DGA zich in privé aansprakelijk stelt voor een schuld van zijn vennootschap die niet is aangegaan ten behoeve van de normale bedrijfsvoering, moet de echtgenote (schriftelijke) toestemming gegeven. Anders is de privé aansprakelijkheid ongeldig.

De Hoge Raad heeft vorig jaar nog eens duidelijk gemaakt dat met deze regel strikt wordt omgegaan. Zelfs als een DGA zich (in het kader van een herfinanciering) in privé aansprakelijk stelt voor een al bestaande rekening courant schuld van de vennootschap die wordt omgezet in een geldlening, dan is voor de geldigheid de toestemming van de echtgenote vereist.

Soms kan het ontbreken van toestemming van de echtgenote ook in het nadeel van de DGA werken. Als hij bijvoorbeeld zijn vennootschap verkoopt en van de koper bedingt dat die zich in privé mede aansprakelijk stelt voor de betaling van de koopprijs, is in de regel toestemming van de echtgenote van de koper vereist. Indien deze ontbreekt, bestaat het risico dat de koper door de DGA niet in privé worden aangesproken.

Client Class

Binnenkort organiseert Van der Steenhoven Advocaten een Client Class met tips voor het sluiten van contracten. Bent u geïnteresseerd om hierbij aanwezig te zijn? Laat het ons dan hier weten.

Disclaimer

Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Van der Steenhoven Advocaten aanvaardt geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen is geraadpleegd.