AR-Flash: Uitzicht op ander werk

Moet een werkgever de beëindigingsvergoeding betalen en is werknemer een boete verschuldigd voor uitzicht hebben op ander werk tijdens ondertekening van zijn VSO?

Over deze vraag buigt de rechter zich. Werknemer is middels een vaststellingsovereenkomst (VSO) uit dienst getreden bij werkgever. In deze VSO is o.a. een beëindigingsvergoeding opgenomen van € 20.031,36. Daarnaast bevat de VSO de bepaling dat werknemer ten tijde van ondertekening geen ander werk heeft en daar ook geen uitzicht op heeft. De daaropvolgende bepaling betreft een boeteclausule ter hoogte van € 25.000,=. 

Werkgever ontdekt vervolgens dat werknemer wél is blijven werken en zelfs bezig was om met derden een eigen vennootschap op te richten. Werkgever besluit dan ook om de beëindigingsvergoeding niet te betalen. 

De werknemer start een rechtszaak. Hij vraagt de rechter om werkgever te veroordelen tot betaling van de beëindigingsvergoeding. Werkgever vordert op zijn beurt de boete van € 25.000,=. 

Werknemer stelt dat het boetebeding niet is gekoppeld aan zijn verklaring dat hij geen uitzicht had op ander werk, maar op het concurrentiebeding. De rechter gaat hier niet in mee nu dit niet blijkt uit de tekst. Daarnaast blijkt uit correspondentie de partijbedoeling om de boete te koppelen aan de verklaring van werknemer dat hij geen uitzicht had op werk. Werknemer moet dan ook de boete betalen indien blijkt dat hij inderdaad uitzicht had op ander werk. 

De rechter oordeelt dat werkgever voldoende heeft onderbouwd dat de werknemer is blijven werken en tevens een onderneming aan het oprichten was op het moment dat de VSO werd getekend. De rechter geeft nog geen definitief oordeel maar stelt werknemer in de gelegenheid tegenbewijs te leveren. Wordt vervolgd!

De uitspraak laat zien dat het belangrijk is afspraken duidelijk vast te leggen. Hulp nodig bij het opstellen van een VSO? Het arbeidsrecht-team helpt graag!

Celine Sup. sup@vandersteenhoven.nl +31 6  43 19 88 02