artikel

artikel

Ruby Nefkens, 14 november 2016

Laster en vrijheid van meningsuiting
Kun je onder het mom van vrijheid van meningsuiting alles gewoon maar zeggen? Het lijkt er soms wel op. Via internet en social media kunnen de beweringen snel verspreid worden.

Als het over een persoon of een bedrijf gaat, kunnen deze daarvan schade ondervinden. Alleen de verdediging rest dan nog, maar het kwaad is dan al geschied. Menigeen zal immers denken, waar rook is is vuur.

In een zaak die onlangs voor de rechter kwam ging het over de ongezouten kritiek die een man had na een kennelijk mislukte haartransplantatie. De man had littekens overgehouden en was zeer ontevreden over de behandeling zelf en de wijze waarop hij in de kliniek behandeld was. Hij richtte een website op en vermeldde daar dat er sprake was van ‘vele gruwelijke fouten’, hij zou zijn ‘verminkt’, ‘misleid, misbruikt en gemanipuleerd’. Er was sprake van een ‘malafide praktijk’ en wat hij op de website plaatste was slechts een ‘voorproefje van alle leugens en misleidingen’, die andere slachtoffers van de kliniek er ook op zouden plaatsen.

Daarbij publiceerde hij op de website het beeldmerk van de kliniek en de naam van de bestuurder van de kliniek.

Zowel de kliniek als de bestuurder startten een kortgeding en wilden dat de man de website zou verwijderen en zou stoppen met dergelijke mededelingen.

De man beriep zich in deze zaak op het recht van vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan echter beperkt worden door een ander grondrecht, te weten dat van eer en goede naam. De rechter in deze zaak diende te beoordelen of de beweringen van de man onrechtmatig waren. De belangen van beide partijen moesten in deze zaak gewogen worden.

Aan de ene kant het recht om zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend te moeten kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Aan de andere kant het recht dat een partij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en voor hem ongewenste publiciteit omtrent (privé)gegevens en een (privé)situatie. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij speelt ook een rol of de beweringen op waarheid berusten en hoe de beweringen worden gedaan.

In deze zaak had de man onvoldoende kunnen aantonen dat er werkelijk fouten waren gemaakt door de kliniek. Hij kon dus zijn beweringen niet waarmaken. De rechter vond daarom de mededelingen onnodig grievend en schadelijk. De rechter vond dat er sprake was van laster. De website moest verwijderd worden en de man werd verboden nog dergelijke mededelingen in het openbaar te doen.

Het recht op vrijheid van meningsuiting gaat dus niet zover dat men lukraak van alles mag zeggen in het openbaar. Het moet aantoonbaar waar zijn, en er moet ook sprake zijn van een belang het te publiceren. Daarbij mogen geen onnodig grievende woorden gebruikt worden.

De kliniek en de bestuurder zouden in dit geval een schadevergoeding van de man kunnen vorderen. En verder met positieve publiciteit de schade zoveel mogelijk beperken.

Ruby Nefkens
nefkens@vandersteenhoven.nl
+31 6 43 36 80 63

Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Ruby Nefkens en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.

 

Contact opnemen met ons?
 

  +31 (0)20 607 79 79
 

  mail@vandersteenhoven.nl