artikelen

artikelen

Ruby Nefkens voor 'Vakblad Meubel', 11 oktober 2015

Prior art
Prior art is een term die in veel inbreukzaken om de hoek komt kijken. Degene die beschuldigd wordt van namaak, kan proberen aan te tonen dat het betreffende product niet nieuw was, of niet oorspronkelijk was, door te verwijzen naar ‘prior art’: Producten die al eerder op de markt waren.

Wanneer het om de vormgeving van een product gaat, wordt ook wel gesproken over ‘vormgevingserfgoed’. De betekenis is hetzelfde. Slaagt de beschuldigde partij erin aan te tonen dat de vorm van een product niet nieuw was, omdat een soortgelijk product al op de markt was, dan ontsnapt hij aan een veroordeling.

De partij die claimt dat zijn product nieuw of oorspronkelijk is, wordt in beginsel door de rechter geloofd. Dit is zeker het geval wanneer hij zich beroept op een registratie, bijvoorbeeld bij een merk, model of octrooi. Het is aan de namakende partij om het tegendeel aan te tonen. In inbreukzaken zien we dan ook vaak dat de partij die beschuldigd wordt van namaak, de rechter ervan probeert te overtuigen dat op het nagemaakte product zelf geen rechten rusten.

In een recente procedure over lampen ging het mis. S werd beschuldigd van het maken van inbreuk op het auteursrecht op een aantal lampen van B. Op het eerste gezicht leek de vormgeving van veel van deze lampen nogal banaal. Het ging om gewone ronde lampenkappen en een aantal andere vormen die gebruikelijk leken. S probeerde de rechter er dan ook van te overtuigen dat die vormgeving niet beschermd kon worden door auteursrecht. Auteursrecht beschermt immers alleen creativiteit en de creativiteit was, zo stelde S bij de lampen van B ver te zoeken.

De lampenkappen betroffen gebruikelijke geometrische vormen, aldus S, die al eerder door meerdere lampenmakers zijn geproduceerd. Maar verder dan dit te stellen, kwam S niet. Dit onderbouwde S niet met het overleggen van het vormgevingserfgoed. De rechter kon dan ook niet anders dan B geloven en vaststellen dat de lampen auteursrechtelijk beschermd zijn.

Alhoewel de rechter de lampenkappen zelf ook op het eerste gezicht niet bijster creatief noemt, gaat het de taak van de rechter te buiten om bijvoorbeeld via internet zelf vormgevingserfgoed te verzamelen. Het bewijs van onschuld moet door de namaker zelf geleverd worden. De rechter kan zijn oordeel alleen vellen op wat hem op dit gebied wordt aangeleverd door partijen.

Ruby Nefkens
nefkens@vandersteenhoven.nl
+31 (0)6 43 36 80 63

Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Ruby Nefkens en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.

 

Contact opnemen met ons?
 

  +31 (0)20 607 79 79
 

  mail@vandersteenhoven.nl