artikelen

artikelen

Maartje van Asten voor ' Vakblad Meubel', 7 februari 2015

Transitievergoeding; geen 'ABC'tje' meer
Een van de belangrijkste wijzigingen in het ontslagrecht is de invoering van de transitievergoeding. De huidige kantonrechtersformule (u weet wel; A X B X C) verdwijnt. Vanaf 1 juli 2015 krijgen werknemers die minstens twee jaar in dienst zijn recht op een transitievergoeding als hun arbeidsovereenkomst onvrijwillig is geëindigd. Wanneer in een cao een voorziening is opgenomen die gelijkwaardig is aan de transitievergoeding en gericht is op het voorkomen van werkloosheid of het bekorten van de duur daarvan, hoeft geen transitievergoeding te worden betaald. Daarnaast hebben werknemers die worden ontslagen wegens of na het bereiken van de AOW- of pensioengerechtigde leeftijd en werknemers die gemiddeld niet meer dan 12 uur per week hebben gewerkt en worden ontslagen vóór hun 18e verjaardag geen recht op de transitievergoeding. De vergoeding is ook niet verschuldigd bij het einde van een 'bijbaantje'.

Bij een kleine werkgever (die in de tweede helft van het jaar vóór het jaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst heeft) die overgaat tot reorganisatieontslag vanwege de slechte financiële situatie, telt de arbeid die is verricht vóór 1 mei 2013 niet mee. Deze afwijkende regeling vervalt per 1 januari 2020.

Wat betekent dat?
Werknemers bouwen gedurende de eerste 10 jaar van de arbeidsovereenkomst na elke periode van 6 maanden een transitievergoeding op van 1/6 van het maandloon. Na de eerste 10 jaar bouwen ze een transitievergoeding op van 1/4 van het maandloon per periode van 6 maanden. Tot het maandloon zullen, net als in de huidige kantonrechtersformule, worden gerekend: het bruto maandsalaris en de vaste loonbestanddelen zoals vakantietoeslag, 13e maand, structurele overwerkvergoeding en vaste ploegentoeslag. Een voorbeeld:

Wanneer we uitgaan van een werknemer van 48 jaar die 14 jaar in dienst is, geldt de volgende berekening bij een bruto maandsalaris (inclusief 8% vakantiegeld) van € 3.240.

De eerste tien dienstjaren ontvangt hij een derde maandsalaris per dienstjaar 10 * 1/3 * € 3.240 = € 10.800. Voor de volgende vier dienstjaren ontvangt hij een half maandsalaris per gewerkt dienstjaar: 4 * 1/2 * € 3.240 = € 6.480. De transitievergoeding bedraagt dus: € 10.800 + € 6.480 = € 17.280 bruto.

Voor werknemers van 50 jaar en ouder die minstens 10 jaar in dienst zijn, geldt dat zij tot 1 januari 2020 een transitievergoeding opbouwen van ½ maandloon per periode van 6 maanden, na hun 50ste verjaardag. Deze verhoogde opbouwregeling is overigens niet van toepassing voor kleine werkgevers. De transitievergoeding kan maximaal € 75.000,-, bedragen, óf een jaarsalaris indien dat bedrag hoger ligt dan de maximale transitievergoeding.

Bel of mail mij gerust als u vragen heeft.

Maartje van Asten
vanasten@vandersteenhoven.nl  
+31 (0)6 43 36 80 52

Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Maartje van Asten en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.

 

Contact opnemen met ons?
 

  +31 (0)20 607 79 79
 

  mail@vandersteenhoven.nl