artikel

artikel

Ruby Nefkens, 2 juni 2017

Wel of geen klantenvergoeding
Aan het eind van een agentuurovereenkomst is het altijd de vraag of de agent recht heeft op een klantenvergoeding/vergoeding voor opgebouwde goodwill. Dat is niet altijd een uitgemaakte zaak.

Belangrijkste (voor)vraag is of de principaal aan de klanten die geworven zijn door de agent nog enig (duurzaam) voordeel kan ontlenen na afloop van de agentuurovereenkomst. 

In de reisorganisatiebranche heeft Corendon daarover tot de Hoge Raad geprocedeerd. Zij had met een online reisaanbieder ‘Prijsvrij’ in 2012 een agentuurovereenkomst gesloten. Prijsvrij bood op haar website altijd de laagste prijsgarantie. Een jaar later wenst Corendon de agentuurovereenkomst op te zeggen per 31 oktober 2013. Het argument voor beëindiging is dat het aantal wederverkopers van haar reizen niet meer past binnen de bedrijfsstrategie. 

De agentuurovereenkomst heeft relatief kort geduurd, maar Prijsvrij heeft in die periode nieuwe klanten voor Corendon geworven, dan wel de omzet die Corendon genoot bij bestaande klanten uitgebreid, en vordert daarvoor een vergoeding.

Prijsvrij vordert haar gemiddelde provisie over 12 maanden. De kantonrechter wijst dit bedrag van € 471.961,-- toe. Corendon gaat in hoger beroep en wint dit. Het gerechtshof is er niet van overtuigd dat door de activiteiten van Prijsvrij klanten opnieuw een reis van Corendon zullen boeken. Dit heeft met name te maken met de laagste prijsgarantie die Prijsvrij geeft en het feit dat Prijsvrij geen inzicht heeft gegeven in de mate waarin een reiziger voor een nieuwe reis opnieuw voor dezelfde touroperator zal kiezen.

Prijsvrij stapt naar de Hoge Raad. Prijsvrij stelt dat haar enkele stelling dat zij de laatste 12 maanden van de overeenkomst aan Corendon nieuwe klanten heeft gebracht, of de omzet van bestaande klanten heeft uitgebreid én Corendon daar nog voordeel aan kan ontlenen, voldoende moet zijn voor het berekenen van een klantenvergoeding aan de hand van het stappenplan. 

De Hoge Raad vindt dat het hof geen verkeerd oordeel heeft gegeven. Het hof heeft onderzocht of Corendon aan de klanten die Prijsvrij heeft aangebracht nog enig voordeel kon ontlenen. Daarvan was het hof niet overtuigd.

Kennelijk boekten reizigers bij Prijsvrij vanwege de laagste prijs en niet vanwege de touroperator. Hierbij speelde mee dat Corendon niet de naam en adresgegevens van de reizigers ontving. Zij kan deze dan ook niet gebruiken voor marketingacties. Aan de berekening van een klantenvergoeding komt het hof niet toe, omdat niet is voldaan aan de onderbouwing van de stelling dat deze klanten zullen terugkomen bij Corendon vanwege de inspanningen van Prijsvrij. 

Het gaat bij de klantenvergoeding niet om de verloren omzet van Prijsvrij door beëindiging van de agentuurovereenkomst, maar om de vraag of de klanten die Prijsvrij heeft geworven Corendon nog een aanzienlijk voordeel zullen opleveren. Die vraag is hier ontkennend beantwoord.

Ruby Nefkens
nefkens@vandersteenhoven.nl
+31 6 43 36 80 63

Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Ruby Nefkens en Van der Steenhoven advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.

 

Contact opnemen met ons?
 

  +31 (0)20 607 79 79
 

  mail@vandersteenhoven.nl