de week van

de week van

Matthijs Bos, 3 mei 2016

De (on)mogelijkheid van voorwaardelijke ontbinding onder de Wwz.
Vóór de Wet werk en zekerheid was het gebruikelijk voor een werkgever om na een ontslag op staande voet een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in te dienen. Ook wel genoemd: ‘de ontbinding voor zover vereist’. Daarmee kon het risico van een doorlopende arbeidsovereenkomst worden beperkt voor het geval de kantonrechter op een later moment het gegeven ontslag op staande voet nietig achtte.

De vraag is of deze voorwaardelijke ontbinding sinds de invoering van de Wwz nog steeds mogelijk is. Hierover zijn de meningen in de literatuur en rechtspraak verdeeld.

Er zijn rechters en schrijvers die menen dat een voorwaardelijke ontbinding sinds de Wwz niet meer mogelijk is. De voornaamste reden hiervoor is dat sinds de Wwz hoger beroep mogelijk is in een ontslagprocedure. Wanneer bijvoorbeeld een werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden voor het geval deze in hoger beroep wordt hersteld, dan zijn er rechters van mening dat dit te ver gaat. Hiermee wordt de rechter in hoger beroep teveel voor de voeten gelopen.

Aan de andere kant zijn er rechters en schrijvers die vinden dat de voorwaardelijke ontbinding toch moet kunnen, zelfs indien daar in de praktijk de rechter in hoger beroep voor de voeten mee wordt gelopen.

Bij de kantonrechter in Enschede diende recent een dergelijke zaak. Na een ontslag op staande voet vorderde de werknemer vernietiging van dit ontslag. De werkgever op haar beurt vorderde voorwaardelijke ontbinding. Deze kantonrechter zet in haar beschikking de meningen uit de literatuur en rechtspraak over dit onderwerp uitvoerig op een rij, om hierna vast te stellen dat zij het ook niet weet. Zij maakt vervolgens gebruik van de mogelijkheid om direct vragen te stellen aan de Hoge Raad. Met een uitvoerige toelichting legt de kantonrechter haar vragen voor. Binnen zes maanden zal de Hoge Raad antwoorden en zullen we weten of, en zo ja, in welke gevallen voorwaardelijke ontbinding mogelijk is. Tot dat moment zullen er bij verschillende kantonrechters evenzo verschillende meningen te vinden zijn, met dus verschillende uitkomsten in procedures.

Goed dat er nu duidelijkheid gaat komen van de Hoge Raad. Overigens wel een gemiste kans dat hier niet meteen in het wetgevingsproces over is nagedacht. In de wetsgeschiedenis is met geen woord over de problematiek van de voorwaardelijke ontbinding gerept.

Eén ding is wel duidelijk. Het doel van minister Asscher om het ontslagrecht eenvoudiger te maken is op dit punt in ieder geval duidelijk niet behaald.

Matthijs Bos
bos@vandersteenhoven.nl
+31 6 43 36 80 53

 

Contact opnemen met ons?
 

  +31 (0)20 607 79 79
 

  mail@vandersteenhoven.nl