de week van

de week van

Harm Eland, 4 januari 2021

De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen
Het nieuwe jaar is gestart, namens alle medewerkers van Van der Steenhoven advocaten wens ik u een fijn en gezond 2021 toe! Ook dit jaar staat er weer veel te gebeuren op juridisch gebied. Verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, opgelet! Vanaf 1 juli 2021 treedt de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) in werking. Met de WBTR worden de wettelijke regels inzake het bestuur en toezicht van rechtspersonen aangevuld en verduidelijkt. Dit is een behoefte uit de praktijk. Enerzijds komt er meer ruimte om de governance van rechtspersonen naar wens in te richten, anderzijds komt er meer duidelijkheid omtrent de taken en verantwoordelijkheden van bestuurders en commissarissen. Met de nieuwe wet wordt aangesloten bij regels die al bestaan voor de NV en de BV. In dit artikel delen we de ins en outs van de WBTR.

Wat verandert er zoal na de inwerkingtreding van de wet?

Bestuursmodel
Het monistisch bestuursmodel wordt opengesteld voor alle rechtspersonen (het model waarbij de bestuurstaken worden verdeeld over één of meer uitvoerende bestuurders, en één of meer niet-uitvoerende bestuurders). Daarnaast komt er voor verenigingen en stichtingen een wettelijke basis voor de instelling, taakvervulling en samenstelling van de raad van commissarissen. 

Tegenstrijdig belang
De regels die zien op besluitvorming door bestuurders en commissarissen met een tegenstrijdig belang bij verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen worden gelijkgetrokken. Hiermee wordt aangesloten bij de regels die voor de BV en de NV gelden. Voortaan is er ook voor stichtingen een tegenstrijdig belang-regeling in de wet opgenomen. 

Bestuurdersaansprakelijkheid
Er komen nieuwe regels omtrent de aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen bij onbehoorlijke taakvervulling. Zo wordt de regeling voor bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement bijvoorbeeld uitgebreid naar alle verenigingen en stichtingen. Die aansprakelijkheidsregeling houdt onder meer in dat bestuurders en commissarissen aansprakelijk zijn voor een tekort in de faillissementsboedel bij onbehoorlijk bestuur. Dat onbehoorlijk bestuur wordt vermoed aanwezig te zijn indien de boekhouding niet op orde is of de jaarrekening niet tijdig is gedeponeerd. Dit laatste geldt overigens niet voor bestuurders/commissarissen van niet-commerciële verenigingen en stichtingen.

Belet en ontstentenis
Het is voortaan voor verenigingen, stichtingen, onderlinge waarborgmaatschappijen en coöperaties verplicht om in de statuten een regeling omtrent belet en ontstentenis op te nemen. Voorheen waren alleen NV’s en BV’s hiertoe verplicht. Belet ziet op situaties waarbij een bestuurder zijn functie tijdelijk niet kan/mag uitoefenen (denk aan ziekte, schorsing etc.). Ontstentenis ziet op situaties waarbij een bestuurder niet langer in functie is (door bijvoorbeeld ontslag of overlijden).

Meervoudig stemrecht
Het meervoudig stemrecht van bestuurders en commissarissen van verenigingen, stichtingen, onderlinge waarborgmaatschappijen en coöperaties wordt beperkt. Net als bij de NV en de BV, geldt nu ook bij de andere rechtspersonen dat een bestuurder of commissaris niet meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders of commissarissen tezamen. 

Ontslaggronden stichtingsbestuur
De ontslaggronden worden uitgebreid op basis waarvan de rechtbank bestuurders en commissarissen van stichtingen kan ontslaan. Hierdoor verkrijgt de rechter meer beoordelingsvrijheid op het moment dat een belanghebbende of het OM een rechterlijk ontslag verzoekt.

Is er een statutenwijziging nodig?

De inwerkingtreding van de WBTR dwingt rechtspersonen niet tot een onmiddellijke wijziging van statuten. Het overgangsrecht geeft aan wanneer statutenwijziging in elk geval dient plaats te vinden, en wanneer gedateerde regelingen hun geldigheid verliezen. De volgende drie situaties verdienen in het bijzonder de aandacht:

Situatie 1: gedateerde regeling inzake tegenstrijdig belang
Op een tegenstrijdig belang-regeling conform het huidige recht, kan na inwerkingtreding van de WBTR geen beroep meer worden gedaan. Om verwarring te voorkomen, is het raadzaam deze bepaling spoedig te vervangen door een regeling overeenkomstig de bepalingen van de WBTR (en in elk geval uiterlijk bij de eerstvolgende statutenwijziging na inwerkingtreding van de WBTR).

Situatie 2: gedateerde regeling inzake meervoudig stemrecht
Een statutaire bepaling die vóór inwerkingtreding van de WBTR bepaalt dat een bestuurder/commissaris van een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of stichting, meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders/commissarissen tezamen, is geldig tot uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de WBTR of tot de eerstvolgende statutenwijziging na de inwerkingtreding van de WBTR (afhankelijk van welk moment eerder is).

Situatie 3: géén regeling inzake ontstentenis of belet
Indien de statuten van een bestaande vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of stichting niet in een regeling voorzien voor gevallen van ontstentenis of belet van alle bestuurders/commissarissen, moet de rechtspersoon een dergelijke regeling uiterlijk bij de eerstvolgende statutenwijziging in de statuten opnemen. 

Wilt u meer weten over de WBTR? Of vraagt u zich af uw statuten binnenkort nog volstaan? Neem dan gerust contact op met het ondernemingsrecht team, wij helpen u graag verder. 

Jan van der Steenhoven, Arjan van ElkAlexander op ’t Hoog, Annabel van Iersel en Harm Eland

 

Contact opnemen met ons?
 

  +31 (0)20 607 79 79
 

  mail@vandersteenhoven.nl