de week van

de week van

Arjan van Elk, 6 juni 2017

PPG/AKZO
De Ondernemingskamer geeft handvatten voor het omgaan met openbare biedingen.
Lees dit artikel voor de kern hiervan


De overnamestrijd tussen PPG en Akzo is beëindigd. Twee keer had PPG haar oorspronkelijke bod verhoogd. Maar Akzo had alle biedingen afgewezen. Elliott (en andere aandeelhouders) verzochten de Ondernemingskamer (OK) om Akzo te verplichten serieus in onderhandeling te gaan met PPG. De OK wijst het verzoek af.

  1. Strategie = domein bestuur
    De strategie van een onderneming is het terrein van het bestuur, niet van de aandeelhouders. Die strategie omvat ook de beslissing of het bestuur een bod wel/niet ondersteunt. Zelfs als een meerderheid van de aandeelhouders voor het slagen van het bod is, mag het bestuur beslissen dat het bod niet in belang van de onderneming is. Die onderneming is immers meer dan alleen het aandeelhoudersbelang. Het omvat ook de belangen van andere ‘stakeholders’ (werknemers, leveranciers, klanten).
     
  2. Geen onderhandelingsplicht
    Er bestaat geen algemene verplichting voor het bestuur om in onderhandeling te gaan met een bieder. Wel moet het bestuur het bod serieus behandelen. Dat kan worden afgeleid uit:
    • De hoeveelheid en duur van vergaderingen van bestuur en commissarissen daarover.
    • Het inschakelen van juridische en financiële experts.
    • De mate van onderbouwing van een afwijzing van het bod.
     
  3. Bod serieus behandeld?
    Volgens de verzoekende aandeelhouders had Akzo het bod nooit gewild en ging zij slechts ‘through the motions’ bij de afwijzing daarvan. Het bod zou onvoldoende serieus zijn behandeld.

    Daar was de Ondernemingskamer het niet mee eens. Er waren tal van vergaderingen geweest van bestuur en commissarissen waar financiële en juridische experts bij betrokken waren. Akzo’s afwijzingen van het bod waren steeds specifiek en goed onderbouwd op een scala van gezichtspunten (zoals de financiële waarde, de ‘timing’, de (on)zekerheid dat het bod zou slagen en de belangen van de ‘stakeholders’ in Akzo). Die onderbouwing gaf PPG de mogelijkheid haar bod op die punten te onderbouwen of te verbeteren. Dat had PPG niet concreet genoeg gedaan. Ze liet het bij algemene intenties om aan bezwaren van Akzo tegemoet te komen.
     
  4. Samenspanning
    Het bestuur van Akzo had dus voldoende serieus gereageerd op het bod van PPG. Zeker in dit geval waarbij een uitgelekte e-mail bewees dat Elliott en PPG samenwerkten bij het bod en het opvoeren van de druk op Akzo. Dan was de kans groot dat eventuele gesprekken tussen PPG en Akzo niet vertrouwelijk zouden blijven. Die gesprekken zouden dan door de oplopende beurskoers en samenstelling van Akzo’s aandeelhoudersbestand onafwendbaar tot een overname leiden. Onder die omstandigheden mocht het bestuur van Akzo gesprekken met PPG uit de weg gaan. 
     
  5. Afsluiting
    In de dagen na de uitspraak bleek dat PPG geen ‘vijandig’ bod zou uitbrengen. En daarmee kwam een einde aan weer een overnamepoging uit het buitenland. Nu afwachten of de regering haast blijft maken met maatregelen om buitenlandse overnames van Nederlandse juwelen tegen te houden.

Wilt u meer hierover weten of heeft u andere vragen op het gebied van ondernemingsrecht? U kunt mij bereiken op vanelk@vandersteenhoven.nl of +31 6 28 52 98 14.

Arjan van Elk

 

Contact opnemen met ons?
 

  +31 (0)20 607 79 79
 

  mail@vandersteenhoven.nl