nieuwsbrief

nieuwsbrief

 

Nieuwsbrief, 26 oktober 2017

De ondernemingsraad: bevoegdheden bij reorganisatie
In september 2016 en november 2016 informeerden wij u over de algemene rechten en bevoegdheden van de ondernemingsraad. Dit keer gaan we dieper in op de rol van de ondernemingsraad bij een organisatiewijziging, bijvoorbeeld als gevolg van bedrijfseconomische omstandigheden. Op welk moment moet de ondernemer advies vragen over een voorgenomen reorganisatie? En welke rol heeft de ondernemingsraad in de aanloop daarnaartoe? Heeft de ondernemingsraad ook bevoegdheden bij een faillissement of een doorstart? 

Hoe zat het ook alweer?

De ondernemingsraad levert een bijdrage aan het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen. Hiertoe heeft de ondernemingsraad verschillende rechten en bevoegdheden. Eén van de voornaamste rechten van de ondernemingsraad is het adviesrecht. Bij belangrijke beslissingen over financiële, economische en bedrijfsorganisatorische aangelegenheden, moet de ondernemer eerst advies vragen aan de ondernemingsraad. Doet de ondernemer dit niet of niet tijdig, dan kan de ondernemingsraad een procedure starten bij de kantonrechter of de Ondernemingskamer. Wijkt het besluit van de ondernemer af van het advies van de ondernemingsraad, dan kan de ondernemingsraad in beroep bij de Ondernemingskamer.

Voordat het komt tot een concrete adviesaanvraag,  heeft de ondernemingsraad al recht op algemene informatie over de onderneming. Denk daarbij aan de rechtsvorm, de zeggenschapsverhoudingen, de groep waartoe de onderneming behoort, etc. Ten minste twee keer per jaar moet de ondernemer ongevraagd algemene gegevens verstrekken over de werkzaamheden van de onderneming en de behaalde resultaten. De ondernemingsraad kan ook zelf vragen om informatie die hij nodig denkt te hebben. Minimaal twee keer per jaar vindt een overlegvergadering plaats tussen de ondernemer en de ondernemingsraad waarin de algemene gang van zaken van de onderneming wordt besproken. In een overlegvergadering moet de ondernemer ook mededeling doen over besluiten die hij in voorbereiding heeft en waarover de ondernemingsraad uiteindelijk om advies (of instemming) moet worden gevraagd. De gedachte is om de ondernemingsraad in een vroeg stadium bij de besluitvorming te betrekken. 

Tot slot heeft de ondernemingsraad een initiatiefrecht. Over sociale, organisatorische, financiële en economische zaken mag de ondernemingsraad voorstellen doen aan de ondernemer. Over deze voorstellen moet vervolgens minstens één keer gesproken worden in een overlegvergadering, voordat de ondernemer een besluit neemt. Tegen dit besluit van de ondernemer staat geen beroep open bij de Ondernemingskamer.

Vragen uit de praktijk

“Op welk moment moet de ondernemingsraad om advies worden gevraagd bij een reorganisatie?” 

In de Wet op de ondernemingsraden (WOR) is neergelegd ten aanzien van welke besluiten van de ondernemer de ondernemingsraad een adviesrecht toekomt. Het begrip ‘reorganisatie’ wordt als zodanig niet genoemd. Bij een voorgenomen besluit tot een belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming of tot een belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden moet de ondernemingsraad om advies worden gevraagd. Een reorganisatie leidt vrijwel altijd tot één van deze veranderingen, zodat de ondernemingsraad in de regel op één van deze gronden (of allebei) een adviesrecht heeft. 

De ondernemer moet het advies op een zodanig tijdstip vragen, dat het ‘van wezenlijke invloed’ kan zijn op het te nemen besluit. Wat betekent dit? In de WOR wordt het begrip niet gedefinieerd. Maar op grond van de WOR moeten de ondernemer en de ondernemingsraad in de overlegvergadering wel afspreken wanneer en op welke wijze de ondernemingsraad in de besluitvorming wordt betrokken. Partijen kunnen dus zelf invulling geven aan het begrip ‘van wezenlijke invloed’ door in de overlegvergadering concreet af te spreken wanneer advies wordt gevraagd. Op die manier kan een discussie achteraf over de tijdigheid van de adviesaanvraag worden voorkomen.

Zijn op voorhand geen afspraken gemaakt, dan helpt het om een onderscheid te maken tussen de verschillende besluiten: het beleidsvoornemen, het voorgenomen besluit, het genomen besluit en het uitvoeringsbesluit. Zolang een ondernemer zich oriënteert op de te maken beleidskeuzes, is er sprake van een beleidsvoornemen en hoeft de ondernemingsraad niet om advies te worden gevraagd. Bij de ondernemer leven dan vragen als: is een reorganisatie noodzakelijk? Wat levert een reorganisatie op en hoe kan het worden vormgegeven? Als de contouren van de reorganisatie duidelijk zijn – het aanreiken van enkele scenario’s is onvoldoende; er moet al een keuze zijn gemaakt – en duidelijk is welke financiële middelen beschikbaar zijn voor bijvoorbeeld een sociaal plan, dan is sprake van een voorgenomen besluit en moet om advies worden gevraagd. De ondernemingsraad kan dan immers nog invloed uitoefenen, bijvoorbeeld ten aanzien van de inhoud van het Sociaal Plan. Is de reorganisatie al in kannen en kruiken of is de besluitvorming nog slechts afhankelijk van voorwaarden en modaliteiten die niet behoren tot de bevoegdheden van de ondernemer, zoals de medewerking van derden, dan is sprake van een (al) genomen besluit. Vraagt de ondernemer in dit stadium advies, dan is dat te laat.  

Van een uitvoeringsbesluit is sprake als de ondernemingsraad in zijn eerdere advies over bepaalde aspecten nog geen advies heeft uitgebracht. Voordat de ondernemer tot uitvoering van deze aspecten mag overgaan, moet bij de ondernemingsraad over de uitvoering advies worden ingewonnen. Denk bijvoorbeeld aan een adviesprocedure waarin de nieuwe functies al wel bekend waren tijdens de adviesaanvraag maar de functiebeschrijvingen later volgen. Bij een dergelijk uitvoeringsbesluit moet om advies gevraagd worden, maar de procedurele voorschriften hoeven niet in acht genomen te worden. Een vereenvoudigd adviestraject dus.

“Welke rechten heeft de ondernemingsraad bij een faillissement of een doorstart?”

Als de rechtbank een onderneming failliet verklaart, dan wordt een curator aangesteld die beslist over de verkoop van de activa en het ontslag van werknemers. De onderneming blijft bestaan totdat het faillissement geheel is afgewikkeld. De ondernemingsraad blijft daarmee ook bestaan. Over de rol van de ondernemingsraad in de periode na faillissement bestond lange tijd onduidelijkheid. 

Inmiddels heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de curator de plaats inneemt van de bestuurder in de zin van de WOR. Maar moet de curator belangrijke besluiten dan ook ter advies aan de ondernemingsraad voorleggen? Niet altijd. De Hoge Raad heeft bepaald dat de ondernemingsraad een adviesrecht heeft als de verkoop van de activa door de curator plaatsvindt in het kader van een voortzetting of doorstart van (een deel van) de onderneming, waarbij het vooruitzicht bestaat van behoud van arbeidsplaatsen. Doordat snel handelen na een faillissement vaak geboden is, mag in een dergelijk adviestraject afgeweken worden van de formele eisen die gelden op grond van de WOR. Als de situatie dit vergt, kan de curator bijvoorbeeld een (heel) korte termijn aan de ondernemingsraad stellen waarbinnen een advies gegeven moet worden.

De ondernemingsraad heeft géén adviesrecht over een besluit van de curator tot het verkopen van activa of het ontslag van medewerkers. Ook niet als die verkoop of dat ontslag zou leiden tot een einde van de onderneming (beëindiging van de onderneming is normaal gesproken een adviesplichtig besluit in de zin van de WOR), omdat dit handelingen zijn van de curator met als doel liquidatie van het vermogen van de onderneming. Het adviesrecht moet dan wijken voor het grotere belang van de schuldeisers bij een voortvarende afwikkeling van het faillissement. 

Nieuws

Client class Arbeidsrecht op 30 november 2017
Op donderdag 30 november a.s. vindt onze Client Class Arbeidsrecht plaats. We blikken vooruit, want uiteraard staan de arbeidsrechtelijke plannen uit het Regeerakkoord op het programma. De voorgestelde nieuwe ontslaggrond, de proeftijd van 5 maanden, de gewenste veranderingen ten aanzien van de transitievergoeding en nog veel meer. Ook een blik terug. We bespreken de belangrijkste uitspraken van dit jaar. Onder andere de ontslaggronden, de herplaatsingsplicht en de ontslagvergoeding komen aan bod; met veel praktische tips! Interesse in deze Client Class? Meld u dan aan via clientclass@vandersteenhoven.nl. Collega’s en bekenden zijn ook welkom.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze nieuwsbrief? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen u graag.  

Met vriendelijke groet,

Ester Kalis, Matthijs Bos, Eugenie Ágoston, Maartje van Asten, Nicole Stalma, Lisanne van GeestAnantha Vos, Marjon SchlimbachJamila Strieker en Emma Bronkhorst

Van der Steenhoven advocaten N.V.
Herengracht 582-584, (1017 CJ) Amsterdam
Tel +31 (0)20 607 79 79
www.vandersteenhoven.nl, mail@vandersteenhoven.nl.

Aan de samenstelling en inhoud van deze nieuwsbrief is de meeste zorg besteed. Van der Steenhoven advocaten N.V. aanvaardt geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen is geraadpleegd.

 

Wilt u de nieuwsbrief ook ontvangen?


  meld u dan hier aan