nieuwsbrief

nieuwsbrief

Nieuwsbrief, 23 december 2021

                                            

December favourites

Het einde van het jaar is in zicht. Met alle collega’s kijken wij terug op een jaar vol nieuwe uitdagingen en veel (online) activiteiten. In deze nieuwsbrief blikken wij traditiegetrouw terug op het afgelopen jaar; ieder VdS-team bespreekt de meest baanbrekende uitspraak van 2021. Daarnaast lees je een aantal persoonlijke voornemens van onze collega’s en zijn wij benieuwd waarover je in 2022 meer van ons wilt horen. 

Wij wensen jou en al jouw dierbaren een warme Kerst toe! Op naar een gezond en mooi 2022!

Persoonlijke voornemens voor 2022

Wij zijn erg benieuwd over welke onderwerpen je in 2022 graag meer van ons wil horen. Bijvoorbeeld via de nieuwsbrief of tijdens een online VDS Coffee of Lunch Talk of Client Class. Graag horen we je mening via de onderstaande poll. 

Graag horen we je mening. Klik hier voor je keuze.

Heb je interesse in een door ons verzorgde Client Class voor het HR-team waar alle ins en outs van het arbeidsrecht aanbod komen? Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar: nieuwsbrief@vandersteenhoven.nl. De twee snelste aanmelders ontvangen van ons een mooie verrassing. 

Terugblik: VDS Coffee Break

Op donderdag 9 december 2021 vond de VDS Coffee Break plaats met Aukje Nauta, auteur van ‘Nooit meer doen alsof’. Wij kijken terug op een geslaagde ochtend! Onder leiding van Michel Loeve van BuzzMaster is er gesproken over schaamte en het komen tot een moedige aanspreekcultuur binnen organisaties. Hartelijk dank aan alle deelnemers voor hun aanwezigheid en interessante vragen!

 

Team arbeidsrecht: Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opracht?

De meest baanbrekende arbeidsrechtelijke uitspraak uit 2021 is de zaak FNV/Deliveroo. Op 16 februari 2021 oordeelde het gerechtshof Amsterdam over de kwalificatie van de relatie tussen een bezorger en het platform Deliveroo. Deze kwalificatievraag houdt gemoederen al een lange tijd bezig. In een door een bezorger van Deliveroo aangespannen procedure, kwam de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam eerder op 28 juli 2018 tot het oordeel dat de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht niet kwalificeert als een arbeidsovereenkomst. Bijna zes maanden later, op 15 januari 2019, oordeelde de kantonrechter van dezelfde rechtbank in een andere procedure, die was aangespannen door de FNV, dat wél sprake is van een arbeidsovereenkomst. Tegen die laatste uitspraak stelde Deliveroo hoger beroep in. 

Het gerechtshof Amsterdam oordeelt dat bezorgers van Deliveroo werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Hoewel de werkwijze van Deliveroo past bij zelfstandig ondernemerschap wijzen alle overige omstandigheden op de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst. Allereerst is het loon te laag om de bezorgers als ondernemers aan te merken. Uit het loon kunnen immers geen voorzieningen worden gefinancierd. Daarnaast acht het hof een gezagsrelatie tussen Deliveroo en de bezorgers aanwezig. Deliveroo heeft namelijk een controlemogelijkheid en heeft de wijze waarop werkzaamheden moeten worden verricht meerdere keren gewijzigd. Tot slot verrichten bezorgers geen verwaarloosbare omvang aan arbeid. 

Deliveroo is niet het enige platform dat de afgelopen tijd in de schijnwerpers staat. Zo won de FNV ook een zaak tegen Uber en concludeerde de Inspectie SZW dat medewerkers van het platform Temper bij haar in dienst zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. De Europese Commissie heeft inmiddels aangekondigd platformwerk te willen reguleren. Platforms die freelancers inschakelen moeten worden gezien als werkgevers, tenzij partijen kunnen hardmaken dat het daadwerkelijk om zzp’ers gaat. Dit is bijvoorbeeld het geval als personen voor meerdere opdrachtgevers mogen werken, zichzelf kunnen laten vervangen en hun eigen werktijden en tarieven mogen bepalen. Regulering moet de werknemers van de platforms meer arbeidsrechtelijke bescherming bieden. De betrokken bedrijven leveren de nodige kritiek op het voornemen van de Europese Commissie. Volgens Uber zet de Europese Commissie met de plannen duizenden banen op het spel, doordat de regulering het verdienmodel van de platforms ondergraaft. 

De discussie rond de platforms zal zich in 2022 verder uitkristalliseren. Wij houden je het komende jaar dan ook graag op hoogte van de ontwikkelingen. 

Lees de volledige uitspraak hier.
 

Team ondernemingsrecht: Aansprakelijkheid bestuurders in faillissement

Stel: een medebestuurder onttrekt een groot bedrag uit de vennootschap en de vennootschap gaat vervolgens binnen een korte tijd failliet. Kunnen in dat geval alle bestuurders aansprakelijk worden gehouden voor de onjuiste beslissing van hun medebestuurder? Deze vraag lag afgelopen juli voor bij de Hoge Raad.

Wat speelde er precies? Het ging om een vennootschap gespecialiseerd in het leggen van snelle internetverbindingen. Deze vennootschap werd bestuurd door vier bestuurders. In 2010 ontstond er onenigheid tussen de bestuurders over het te voeren bedrijfsbeleid. Een van de bestuurders maakte vervolgens een bedrag van € 30.000,= van de vennootschap over naar zichzelf. Ook e-mailde deze bestuurder naar klanten dat hij uit de vennootschap zou stappen. Niet veel later werd de vennootschap failliet verklaard. De curator constateerde dat niet aan de wettelijke administratieplicht was voldaan, aangezien de jaarrekening niet op tijd was gedeponeerd. Vervolgens stelde de curator zowel de bestuurder die de onttrekking had gedaan, maar ook alle andere bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor het faillissement. Hier waren de andere bestuurders het niet mee eens en zij stapten naar de rechter.

Indien er sprake is van schending van de administratieplicht, dan levert dit een bewijsvermoeden op. Er wordt dan vanuit gegaan dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Bestuurders kunnen dit bewijsvermoeden slechts ontkrachten door aan te geven dat niet de schending van de administratieplicht, maar een andere van buiten komende oorzaak aan het faillissement ten grondslag lag. Denk aan een ongunstige marktontwikkeling. De onttrekking van een bestuurder viel hier in eerste instantie niet onder. Dit is namelijk niet een van buiten komende oorzaak, maar een interne omstandigheid. 

De Hoge Raad oordeelde dat interne omstandigheden ook meespelen bij de vraag of de bestuurders persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het faillissement. In dit geval konden de bestuurders zich dus verweren door aan te geven dat de onttrekking van de medebestuurder had geleid tot het faillissement van de vennootschap en niet het niet naleven van de administratieplicht. De curator kon de bestuurders dan ook niet aansprakelijk stellen voor het tekort in de faillissementsboedel. Kortom, niet alleen externe omstandigheden, zoals een slechte markt, spelen een rol bij de aansprakelijkheidsstelling, maar ook interne omstandigheden, zoals een ongelukkige investering of verkeerde bedrijfsstrategie.

Lees de volledige uitspraak hier.
 

Team privacy: Online proctoring toegestaan

Corona zorgde afgelopen jaar voor aardig wat nieuwe privacyvraagstukken. Eén van deze vraagstukken ging over de ‘online proctoring’ van studenten tijdens het maken van online tentamens. Online proctoring is een vorm van continu online monitoren. Continu monitoren is in de meeste gevallen niet toegestaan omdat dit een grote inbreuk op privacy is. De vraag is of online proctoring onder omstandigheden wel mag. Dit jaar is daar in hoger beroep uitspraak over gedaan. Waar ging deze zaak over?

In het voorjaar van 2020 werden de universiteiten in Nederland gesloten vanwege het coronavirus. Om toch tentamens af te kunnen nemen, werden deze tentamens online afgenomen. Om te voorkomen dat studenten tijdens de online tentamens fraude pleegden, werd veelal gebruik gemaakt van online proctoring. Zo gebruikt de Universiteit van Amsterdam (UvA) tijdens de online tentamens software van Proctorio. Dit systeem herkent verdacht gedrag en geeft aan waar mogelijk fraude heeft plaatsgevonden. Dit doet Proctorio door op te nemen wat er te zien is via de webcam, op het scherm, en wat er te horen is via de microfoon.

Dit vormt natuurlijk een inbreuk op de privacy van studenten. De studentenraden van de UvA en de faculteit Economie vonden dit ook en stapten naar de rechter. In een kortgeding eisten zij een verbod op het gebruik van Proctorio door de UvA. De rechter wees dit verzoek op 11 juni 2020 af, waarna een hoger beroep volgde. 

Het Gerechtshof oordeelt op 1 juni 2021 in hoger beroep dat de UvA Proctorio mag blijven gebruiken. De UvA handelt volgens het hof niet in strijd met het privacyrecht (de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)). Om online proctoring rechtmatig te kunnen gebruiken, moet hiervoor een grondslag in de AVG staan en moet er een noodzaak zijn. 

De UvA kan zich voor het gebruik van Proctorio beroepen op de grondslag ‘de uitvoering van een taak van algemeen belang of openbaar gezag’. Namelijk het afnemen van tentamens. De noodzaak om Proctorio te gebruiken is er volgens het hof ook vanwege de coronamaatregelen. Door de maatregelen moest iedereen thuisblijven. Om toch op een eerlijke en betrouwbare manier tentamens af te nemen, en vanwege het ontbreken van een goed alternatief, is het gebruik van Proctorio volgens het hof noodzakelijk. Daar komt nog bij dat de UvA volgens het hof zorgvuldig omgaat met de gegevens, door de gegevens onder andere versleuteld op te slaan voor maximaal 30 dagen (tenzij sprake van vermoeden van fraude) en deze alleen te raadplegen bij significant afwijkend gedrag van een student. 

De coronamaatregelen maakten dat het gebruik van online proctoring noodzakelijk was voor het afnemen van tentamens. De UvA mocht dus gebruikmaken van Proctorio. De UvA blij, de studenten wat minder. 

Heb je vragen over privacy, proctoring of monitoren? Ons privacyteam helpt je graag! 

Lees de volledige uitspraak hier.

Team Intellectueel eigendom: De grenzen van hyperlinken en embedden

Zonder toestemming een auteursrechtelijk beschermde foto, muziekfragment of video (hierna: een werk) op uw website zetten mag in de meeste gevallen niet. Dit wordt gezien als inbreuk op auteursrecht. De auteursrechthebbende is namelijk de enige die bepaalt wat er met zijn of haar werk gebeurt. Maar hoe zit dat met een online link? Pleeg je ook inbreuk als je met een hyperlink of een embedded link verwijst naar een werk? Wij leggen het je uit!

‘Hyperlinken’ en ‘embedden’
Een ‘hyperlink’ is een link waarbij je, door erop te klikken, wordt doorverwezen naar content op een andere website. Je gaat dan naar een andere website en ziet daar de content. Met een ‘embedded link’ wordt de inhoud van hetgeen waar naar gelinkt wordt al direct op de eigen webpagina getoond. Een voorbeeld van een embedded link is het embedden van een YouTube-filmpje op de website. Het filmpje is te zien, zonder dat je naar de website van YouTube gaat. 

Linken onderwerp van discussie
De afgelopen jaren is hyperlinken en embedded linken meerdere keren onderwerp geweest van discussie. Dit mondde uit in een aantal belangrijke uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Eén van deze uitspraken is dit jaar gedaan op 9 maart 2021 in een geschil tussen de collectieve auteursrecht-beheerorganisatie ‘VG Bild-kunst’ en een Duitse stichting voor cultureel erfgoed de ‘Stiftung Preußischer Kulturbesitz (SPK)’. 

Een stukje geschiedenis
Voordat we het belang van het Bild-kunst-arrest toelichten, beginnen we met de hieraan voorafgegane ‘link-geschiedenis’. 

Voor inbreuk op auteursrecht op het internet is vereist dat het werk aan een nieuw publiek wordt getoond. In 2014 oordeelde het Hof in het Svensson-arrest en het Bestwater-arrest, dat er geen sprake is van een nieuw publiek wanneer je met een hyperlink of embedded link naar een werk op het internet verwijst. Wanneer een auteursrechthebbende zijn/haar werk op het internet plaatst, dan bereik je met linken naar datzelfde werk geen nieuw publiek en is het linken toegestaan.

In het GeenStijl Media-arrest van 2016 voegde het Hof hieraan toe dat wanneer het beschermde werk zonder toestemming van de auteursrechthebbende op het internet is geplaatst, er wel sprake is van inbreuk op auteursrecht als hiernaar wordt gehyperlinkt of wanneer dit wordt geëmbed. Kort samengevat: hyperlinken en embedded linken naar een werk mag, zolang het werk waar naar gelinkt wordt met toestemming van de auteursrechthebbende online is gezet. 

Bild-kunst tegen SPK
Dit jaar werd er een nieuwe link-uitspraak aan de collectie toegevoegd: het Bildkunst-arrest. Het Hof oordeelde in deze zaak dat wanneer er technische maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat een werk wordt geëmbed, er sprake is van een auteursrechtinbreuk wanneer deze maatregelen worden omzeild. 

Wat mag nu wel op het gebied van linken? 
Wanneer je op je commerciële website een werk wilt embedden of ernaar wilt hyperlinken, dan mag dit wanneer het werk met toestemming van de auteursrechthebbende op het internet is gezet. Wanneer er technische maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat een werk wordt geëmbed, dan is embedden niet toegestaan, maar mag je er wel naar hyperlinken.

Check dus goed of een werk met toestemming van de auteursrechthebbende online staat voordat je ernaar linkt! 

Heb je nog vragen over hyperlinken, embedden of het auteursrecht? Dan helpt ons IE-team je graag verder! 

Lees het volledige Bild-kunst arrest hier.

Zijn er vragen naar aanleiding van deze nieuwsbrief? Neem dan contact met ons op. We helpen je graag verder.

Met vriendelijke groet,

Team arbeidsrecht: Ester Kalis, Matthijs Bos, Eugenie Ágoston, Maartje van Asten, Marjon Schlimbach, Anne ArtsLara Groenveld, Sharif AliLaura de Sain en Erik van den Berg

Team ondernemingsrecht: Jan van der Steenhoven, Arjan van Elk, Alexander op ’t Hoog, Annabel van Iersel en Harm Eland

Team IE/privacy: Ruby Nefkens, Hylke Klasens en Emmely Schaaphok

Van der Steenhoven advocaten N.V.
Herengracht 582 (1017 CJ) Amsterdam
tel: +31 (0) 20 607 79 79
www.vandersteenhoven.nl, mail@vandersteenhoven.nl

Aan de samenstelling en inhoud van deze nieuwsbrief is de meeste zorg besteed. Van der Steenhoven advocaten N.V. aanvaardt geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van deze nieuwsbrief genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen is geraadpleegd.

 

Wilt u de nieuwsbrief ook ontvangen?


  meld u dan hier aan