Nieuwsbrief

Nieuwsbrief

29 september 2016

Medezeggenschap: de rol van de ondernemingsraad (deel 1)
Door medezeggenschap worden werknemers betrokken bij de besluitvorming in een onderneming. Werknemers kunnen invloed uitoefenen via de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging en de personeelsvergadering. Het is een onderwerp dat u bezighoudt, zo merken wij. En waarover zoveel te zeggen valt, dat wij hieraan twee nieuwsbrieven wijden. In dit eerste deel vindt u antwoorden op vragen als: Wat zijn de bevoegdheden van de OR? Wat moet u weten over het opzegverbod tijdens het OR-lidmaatschap? En welke regels gelden ten aanzien van het al dan niet instellen van een OR?

Hoe zat het ook alweer?

Bevoegdheden

De OR komt op voor de belangen van de werknemers binnen een onderneming. Daartoe heeft de OR verschillende bevoegdheden, waaronder:

  • recht op overleg met de ondernemer;
  • recht op informatie van de ondernemer over bijvoorbeeld de hoogte en inhoud van arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken;
  • adviesrecht ten aanzien van (belangrijke) financieel-, economische- en bedrijfsorganisatorische besluiten, zoals overnames, reorganisaties en investeringen;
  • instemmingsrecht ten aanzien van besluiten inzake het sociale beleid, zoals een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden of personeelsopleiding en personeelsbeoordeling;
  • adviesrecht ten aanzien van besluiten tot benoeming of ontslag van bestuurders.

De wet bevat een limitatieve (uitputtende) opsomming van besluiten waarover de OR moet worden geraadpleegd. Zowel bij het adviesrecht als bij het instemmingsrecht moet het gaan om voorgenomen besluiten. De OR moet nog invloed kunnen uitoefenen op het te nemen besluit. Bij cao of door het sluiten van een overeenkomst met de OR kunnen de bevoegdheden van de OR worden uitgebreid. Besluiten ten aanzien van de individuele werknemer vallen in de regel buiten de reikwijdte van de bevoegdheden van de OR. In uw omgang met de OR is het van belang dat u de OR op de juiste momenten betrekt. Maar het is evenzeer van belang dat u aanvoelt wanneer dit niet noodzakelijk is en u een besluit “gewoon” kunt nemen. Hierover meer in onze volgende nieuwsbrief. 

Scholing

Alle kosten die de OR moet maken om haar taak te kunnen vervullen, komen voor rekening van de ondernemer. Hieronder vallen ook de kosten die redelijkerwijze voor scholing noodzakelijk zijn. OR-leden hebben een wettelijk recht op scholing. De werkgever is verplicht de OR-leden gedurende minimaal 5 dagen per jaar de gelegenheid te bieden voor scholing, tijdens werktijd en met behoud van salaris. Het aantal dagen wordt door de ondernemer en de OR in gezamenlijk overleg vastgesteld.

De Sociaal-Economische Raad (SER) stelt jaarlijks richtbedragen voor OR-cursussen vast. Deze richtbedragen geven een indicatie van wat onder normale omstandigheden redelijke kosten per dagdeel zijn voor scholing van OR-leden. Het richtbedrag voor een algemeen vormende cursus voor de hele OR is voor 2016 vastgesteld op € 1.015,= excl. btw per dagdeel per OR. Het richtbedrag voor een individuele cursus met een open inschrijving is € 160,= excl. btw per dagdeel per OR-lid.

Ontslagbescherming

Voor OR-leden geldt een wettelijk opzegverbod. Een werkgever mag in beginsel de arbeidsovereenkomst met een werknemer niet opzeggen tijdens het OR-lidmaatschap. Sinds de invoering van de Wwz geldt bij opzegging wegens bedrijfseconomische redenen het opzegverbod tijdens het OR-lidmaatschap niet langer, indien de betreffende werknemer ten minste 26 weken werkzaam is geweest op de arbeidsplaats die vervalt. Daarnaast is het opzegverbod niet van toepassing bij:

  • schriftelijke instemming van de werknemer;
  • proeftijd;
  • dringende reden;
  • bedrijfssluiting;
  • pensioenontslag.

De kantonrechter kan ondanks het bestaan van het opzegverbod een arbeidsovereenkomst ontbinden indien het verzoek geen verband houdt met het OR-lidmaatschap. Op verzoek van de werknemer kan de kantonrechter een opzegging in strijd met het opzegverbod vernietigen, of op het verzoek van de werknemer een billijke vergoeding toekennen.

Goed om te weten: de mogelijkheid om met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan, door middel van een beëindigingsovereenkomst, bestaat altijd.

Vragen uit de praktijk

“In hoeverre ben ik verplicht een OR in te stellen?”

Iedere ondernemer is op basis van de wet verplicht een OR in te stellen wanneer er doorgaans 50 of meer werknemers binnen de onderneming werkzaam zijn. Voor de vaststelling van het aantal in de onderneming werkzame personen worden ook parttimers meegeteld. Uitzendkrachten tellen mee wanneer zij minimaal 24 maanden in de onderneming werkzaam zijn. Telt de onderneming niet langer 50 medewerkers, dan houdt de OR automatisch op te bestaan bij het eindigen van de lopende zittingsperiode. Daarna kan de ondernemer uiteraard nog wel verplicht zijn om een personeelsvertegenwoordiging in te stellen of minstens twee keer per jaar een personeelsvergadering te houden. Ook kan de ondernemer op vrijwillige basis de OR laten voortbestaan.

“Wat zijn de gevolgen van het niet instellen van een OR?”

Wanneer een ondernemer de wettelijke verplichting om een OR in te stellen niet naleeft kan dit leiden tot uiteenlopende gevolgen. Allereerst kunnen werknemers en vakbonden nakoming vorderen bij de kantonrechter. Indien de ondernemer vervolgens geen gevolg geeft aan de door de kantonrechter opgelegde verplichting om een OR in te stellen, kan dit leiden tot een geldboete. Daarnaast kan het ten onrechte niet instellen van een OR worden meegewogen in arbeidsrechtelijke procedures. Zo kan dit een rol spelen bij de beoordeling door de rechter of een eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden van werknemers kan worden verlangd. En bij een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen verleent het UWV geen toestemming indien er geen advies aan de OR is gevraagd, terwijl dit op grond van de wet wel had gemoeten.

Nieuws

Uitbreiding instemmingsrecht over pensioen

De Eerste Kamer heeft deze zomer het wetsvoorstel ‘Bevoegdheden ondernemingsraad inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen’ aangenomen. Dit wetsvoorstel verduidelijkt dat de OR instemmingsrecht heeft ten aanzien van besluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van regelingen betreffende een pensioenovereenkomst, ongeacht de pensioenuitvoerder. Het instemmingsrecht omvat ook regelingen in de uitvoeringsovereenkomst, voor zover deze invloed hebben op de pensioenovereenkomst. Hierbij geldt wel de uitzondering dat de OR geen instemmingsrecht heeft als het onderwerp reeds inhoudelijk is geregeld in een cao. Instemming is eveneens niet vereist indien de pensioenovereenkomst is ondergebracht bij een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds. De wet treedt met ingang van 1 oktober 2016 in werking.

Save the date

Van der Steenhoven advocaten organiseert een Client Class Ondernemingsrecht op donderdag 3 november a.s. naar aanleiding van het ‘Wetsvoorstel Bestuur en toezicht rechtspersonen’. Bestuurders en toezichthouders van onder andere stichtingen en verenigingen krijgen door het wetsvoorstel meer taken en verantwoordelijkheden. Daarnaast besteden we aandacht aan de volgende onderwerpen:

  • de wijze van benoeming en ontslag van bestuurders en de rol van de toezichthouder in uw sector; 
  • vertegenwoordiging van de onderneming en het nemen van bestuursbesluiten; hoe doet u dat goed?
  • taken van de bestuurder vs. taken van het toezichthoudend orgaan.

Bijvoorbeeld de sectoren zorg, woningbouw en goede doelen kennen veel stichtingen en verenigingen. De Client Class is met name gericht op deze stichtings-, verenigingsbestuurders en toezichthouders, maar de Client Class is natuurlijk voor iedereen die zich bezighoudt met bestuur en management interessant.

Op donderdag 24 november a.s. vindt onze Client Class Arbeidsrecht plaats, met zoals altijd actuele onderwerpen, de beroemde VdS Quiz en borrel.

Binnenkort worden de uitnodigingen verstuurd. Komt u ook?

Heeft u vragen naar aanleiding van deze nieuwsbrief? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen u graag. 

Met vriendelijke groet,

Ester Kalis, Matthijs Bos, Eugenie Ágoston, Maartje van Asten, Liesbeth Heidstra, Nicole Stalma, Lisanne van Geest, Anantha Vos, Marjon Schlimbach en Lea Versteeg

Van der Steenhoven advocaten N.V.
Herengracht 582-584, (1017 CJ) Amsterdam
Tel: +31 20 607 79 79 
www.vandersteenhoven.nl, mail@vandersteenhoven.nl 

Aan de samenstelling en inhoud van deze nieuwsbrief is de meeste zorg besteed. Van der Steenhoven advocaten N.V. aanvaardt geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen is geraadpleegd.

 

Wilt u de nieuwsbrief ook ontvangen?


  meld u dan hier aan