nieuwsbrief

nieuwsbrief

Wet werk en zekerheid (Wwz), 30 november 2015

Wwz en Sociaal Plan

Op 1 januari 2015 en 1 juli 2015 zijn de wijzigingen uit de Wet werk en zekerheid (Wwz) in werking getreden. Iedere maand krijgt u een nieuwsbrief waarin wij antwoord geven op actuele vragen uit onze praktijk.

Deze nieuwsbrief staat in het teken van de invloed van de Wwz op sociaal plannen die gelden na 1 juli 2015. Komt de kantonrechtersformule inderdaad niet meer terug? Hoe wordt in nieuwe sociale plannen voorzien in het opvangen van de gevolgen van een (reorganisatie) ontslag?

Wat zien we in de praktijk?

In de thans geldende sociale plannen wordt (toch) nog vaak aangesloten bij de (oude) kantonrechtersformule in plaats van de - en doorgaans veel lagere - transitievergoeding. Daarnaast bevatten veel sociale plannen voorzieningen voor de begeleiding van werk naar werk.

1. Beëindigingsvergoeding

In de sociale plannen waarbij nog steeds wordt aangesloten bij de kantonrechtersformule ligt de C-factor tussen minimaal 0,5 en maximaal 1,25. Om te voorkomen dat zowel de kantonrechtersformule als de transitievergoeding moet worden betaald aan de werknemer is in de sociale plannen opgenomen dat hiermee het recht op de transitievergoeding vervalt of in een voorkomend geval de transitievergoeding in mindering zal worden gebracht op de beëindigingsvergoeding. Een enkele keer mag de werknemer kiezen tussen een vergoeding op basis van het sociaal plan en de transitievergoeding. 

2. Werk-naar-werkregeling

De nieuwe sociale plannen zijn sterk gericht op de begeleiding van werk naar werk. Meestal worden budgetten voor outplacement, scholing en/of juridische bijstand aangeboden. Bedragen daarvoor liggen tussen € 3.500 en € 5.500,-. Een enkel bedrijf stimuleert dat de werknemer een eigen bedrijf begint door daarvoor een extra budget toe te kennen. Ook wordt wel een plaatsmakersregeling geboden en kan een mobiliteitsbureau worden ingeschakeld. Het zoek- of mobiliteitstraject duurt doorgaans tussen de zes en twaalf maanden. In enkele gevallen is de zoektermijn afhankelijk gesteld van leeftijd, waarbij de zoektermijn bij hoge leeftijd kan oplopen tot 27 maanden.

3. Keuzemogelijkheid

Ten slotte krijgt de werknemer wiens arbeidsovereenkomst eindigt soms de keuze tussen een beëindigingsvergoeding en een werk-naar-werkregeling (met bijbehorende budgetten en eventueel een lagere beëindigingsvergoeding). Daarbij kunt u denken aan de keuze voor (1) een beëindigingsvergoeding berekend op basis van de kantonrechtersformule met C= 1,0 of (2) een werk-naar-werkregeling met een beëindigingsvergoeding met C= 0,5 - 0,75. In een enkel geval wordt de keuze geboden tussen een beëindigingsvergoeding of een werk naar werk-regeling zonder eenmalige vergoeding.

Ondanks dat de transitievergoeding is bedoeld om de overgang naar ander werk te vergemakkelijken en tot stand is gekomen in overleg tussen de sociale partners, zien we dus nog steeds dat wordt uitgegaan van hogere beëindigingsvergoedingen, berekend op basis van de kantonrechtersformule.

Vragen uit de praktijk

"Is het raadzaam een anticumulatiebepaling op te nemen in een sociaal plan als de vergoeding in het sociaal plan is gebaseerd op de kantonrechtersformule?"

Een werkgever kan na 1 juli 2015 nog gebonden zijn aan afspraken die vóór 1 juli 2015 zijn gemaakt. Om te voorkomen dat werknemers aanspraak kunnen maken op zowel de vergoeding uit het sociaal plan als de transitievergoeding, heeft de regering overgangsrecht gemaakt (Besluit overgangsrecht transitievergoeding). Indien een sociaal plan na 1 juli 2015 wordt gesloten, is het uitgangspunt dat het overgangsrecht vervalt. Voor nieuwe sociale plannen adviseren wij daarom een anticumulatiebepaling op te nemen om dubbele betalingen te voorkomen.

"In het sociaal plan is overeengekomen dat werknemers een outplacementtraject wordt aangeboden. Kan ik deze kosten in mindering brengen op een eventuele transitievergoeding?"

In de wet is geregeld dat de werkgever zogenaamde transitiekosten en inzetbaarheidskosten op de transitievergoeding in mindering mag brengen. Kosten voor outplacement vallen onder transitiekosten. In beginsel geldt dat deze kosten alleen in mindering kunnen worden gebracht als zij gespecificeerd zijn en als werkgever en werknemer over het in mindering brengen schriftelijk overeenstemming hebben bereikt. Als er in een sociaal plan afspraken worden gemaakt over dergelijke voorzieningen, vervalt het instemmingsvereiste. Dit betekent dat als een werknemer gebruik maakt van een voorziening in een sociaal plan, de werknemer niet alsnog separaat zijn instemming hoeft te geven voor het in mindering brengen van deze kosten op zijn transitievergoeding. Het gaat dan immers om afspraken tussen (verenigingen van) werkgever(s) en (verenigingen van) werknemers. De werkgever dient de werknemer wel te informeren over de kosten, zodat de werknemer weet wat in mindering zal worden gebracht op de transitievergoeding.

Nieuws

De kantonrechter Rotterdam heeft recent geoordeeld dat de toepassing van het overgangsrecht voor de transitievergoeding onder omstandigheden onaanvaardbaar kan zijn. Wat speelde er in deze zaak? Een arbeidsovereenkomst wordt ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsrelatie. Op basis van de cao Woondiensten heeft de werkneemster in kwestie recht op een aanvulling op de WW-uitkering. Gelet op het overgangsrecht kan de werkneemster daarom niet ook aanspraak maken op de transitievergoeding. Dit zou betekenen dat zij een suppletie van circa € 600 bruto ontvangt, terwijl de transitievergoeding ongeveer € 7.000 bruto zou bedragen. Volgens de kantonrechter kan het overgangsrecht niet tot gevolg hebben dat een werknemer in een substantieel ongunstiger positie terecht komt. De kantonrechter oordeelt daarom dat toepassing van het overgangsrecht onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en wijst de transitievergoeding toe.

Uit deze uitspraak volgt dat het voor een werknemer onder omstandigheden mogelijk is om toch aanspraak te maken op de transitievergoeding, terwijl in de cao in een andere ontslagvoorziening is voorzien. Wij blijven de ontwikkelingen voor u in de gaten houden.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze nieuwsbrief? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen u graag.

Met vriendelijke groet,

Ester Kalis, Matthijs Bos, Eugenie Ágoston, Maartje van Asten, Yvonne RaymakersNicole Stalma, Anantha Vos, Marjon Schlimbach, Lilian Peels en Roel Valstar

Van der Steenhoven advocaten N.V.
Herengracht 582-584, (1017 CJ) Amsterdam
Tel +31 (0)20 607 79 79
www.vandersteenhoven.nl, mail@vandersteenhoven.nl

Aan de samenstelling en inhoud van deze nieuwsbrief is de meeste zorg besteed. Van der Steenhoven advocaten N.V. aanvaardt geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen is geraadpleegd.

 

Wilt u de nieuwsbrief ook ontvangen?


  meld u dan hier aan